Inloggen

Mijn KroeseWevers

Welkom bij Mijn Kroesewevers!
Met Mijn KroeseWevers maakt u uw persoonlijke website op basis van úw voorkeuren.

Uw voordelen:

  • Informatie op maat en als eerste op de hoogte
    Direct overzicht van de meest recente blogs, publicaties en whitepapers die aansluiten op uw interesses
  • Persoonlijke aanbiedingen
    Wanneer u zich registreert bieden wij u graag persoonlijke aanbiedingen aan op gebied van accountancy en (belasting)advies

Veranderen uw interesses? Dan kunt u uw voorkeursinstellingen altijd wijzigen bij ‘voorkeuren’.

Ik ben Zakelijk geïnteresseerd in
Ik ben Privé geïnteresseerd in


Registeren

Door te registreren kunt u uw aangegeven interessegebieden op meerdere apparaten gebruiken.

Door op ‘opslaan’ te klikken gaat u akkoord met onze algemene voorwaarden.

Instellingen opslaan

Door uw instellingen op te slaan kunt u uw aangegeven interessegebieden op meerdere apparaten gebruiken.

Door op ‘opslaan’ te klikken gaat u akkoord met onze algemene voorwaarden.

Inloggen



Wachtwoord vergeten?

Bent u uw wachtwoord vergeten? Vul dan hieronder uw e-mailadres in. U ontvangt van ons een e-mail met daarin een link waarmee u uw wachtwoord opnieuw kunt instellen.



KroeseWevers maakt gebruik van Cookies

Wij vragen jouw akkoord voor het gebruik van cookies op onze website. Sommige cookies plaatsen we altijd om de website goed te laten werken, zodat je relevante communicatie aantreft bijvoorbeeld. Onze website maakt ook van cookies van derden gebruik om jou een prettige ervaring op onze online kanalen aan te bieden. Zodat je berichten op social media kunt delen bijvoorbeeld. Of om relevante advertenties te kunnen tonen op websites van derden. Deze cookies verzamelen mogelijk gegevens buiten onze website. Door op 'akkoord' te klikken ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie is beschikbaar in ons cookiebeleid.
Akkoord Niet akkoord
Kroese Wevers

Actueel

02.12.2014

38 (fiscale) eindejaarstips 2014: inkomstenbelasting, omzetbelasting, tips voor bv's, dga's, werkgevers en werknemers

Het belastingplan 2015 brengt enkele fiscale veranderingen met zich mee. Wat kunt u dit jaar nog doen om fiscaal voordeel te behalen? 38 tips rondom inkomstenbelasting voor alle belastingplichtigen; tips voor ondernemingen, bv's en dga's; tips voor de omzetbelasting en tips voor werkgevers en werknemers.

38 (fiscale) eindejaarstips 2014: inkomstenbelasting, omzetbelasting, tips voor bv's, dga's, werkgevers en werknemers

Algemeen

Tip 1 Betaal uw lijfrentepremie 2014 uiterlijk 31 december a.s.

Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht zijn alleen aftrekbaar als u in een bepaald jaar niet voldoende pensioen heeft opgebouwd. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Wilt u nog in 2014 gebruik maken van de aftrek voor lijfrentepremie, dan dient u deze ook daadwerkelijk in 2014 te betalen (of te verrekenen). Alleen ondernemers die hun stakingswinst of oudedagsreserve omzetten in een lijfrente, kunnen de ter zake van deze omzetting voor 1 juli 2015 betaalde premies nog in 2014 aftrekken. Bij omzetting van een eenmanszaak naar een bv kan de oudedagsreserve en (een deel van) de stakingswinst worden omgezet in een lijfrente bij de eigen bv. De middelen blijven dan beschikbaar in de onderneming, zonder dat hoeft te worden afgerekend over (dit deel van) de stakingswinst.

Tip 2 Investeer nog dit jaar in een milieuvriendelijke auto

Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan krijgt u te maken met een bijtelling, tenzij u kunt aantonen dat u met de auto op jaarbasis minder dan 500 km privé rijdt. Hoe milieuvriendelijker, hoe lager de bijtelling. Hoeveel de bijtelling precies is, hangt af van de CO2-uitstoot van de auto, de brandstof en het moment waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven voor de auto. Elk jaar worden de normen strenger, zo ook per 1 januari 2015. Overweegt u de aanschaf van een nieuwe zakelijke auto en wilt u in 2015 fiscaal voordelig rijden, dan loont het de moeite om nog dit jaar uit te kijken naar een model dat voldoet aan de CO2-normen voor de bijtelling van 14 en 20%. Voor volledig elektrische auto’s blijft de bijtelling 4% en voor auto’s met een uitstoot tussen 1 en 50 gr/km blijft dit 7% in 2015.

In 2014 kunt u in de 14%-categorie vallen wanneer u een niet-dieselauto koopt met een uitstoot tussen 51 en 88 gr/km (in 2015 51 - 82 gr/km) of in de 20%-bijtelling wanneer u een niet-dieselauto koopt die een uitstoot heeft tussen 89 en de 117 gr/km (in 2015 tussen 83 en 110 gr/km). Wanneer uw auto een hogere uitstoot heeft dan de 20%-categorie, valt u automatisch in de hoogste bijtellingscategorie van 25%. In 2015 wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen diesel- en niet-dieselauto’s, waar de grens tussen 14% en 20% respectievelijk 20% en 25% in 2014 nog ligt op 85 en 111 gr/km.

Let op: De bijtelling is gebaseerd op de normen op het moment dat het kenteken van de auto voor het eerst op naam wordt gesteld en geldt dan voor een periode van 60 maanden. Daarna vindt een nieuwe indeling plaats op basis van de dan geldende normen. Wees dus op tijd met uw beslissing om een zuinige auto aan te schaffen in verband met levertijden van nieuwe auto’s.

Per 2016 zullen de grenzen wederom worden aangescherpt en zal het 14%-tarief verdwijnen. De bijtelling van 7% en 20% wijzigt dan in 15% respectievelijk 21%. Ook hierbij geldt dat deze nieuwe regels alleen van toepassing zijn op auto’s die in 2016 voor het eerst op naam worden gesteld.
In de loop van 2015 zal naar verwachting een wetsvoorstel worden ingediend met de bijtellingsregels vanaf 2017.

Tip 3 Regels voor buitenlands belastingplichtigen veranderen

Vanaf 1 januari 2015 kunnen buitenlands belastingplichtigen niet meer kiezen voor binnenlandse belastingplicht. Dat is van belang voor mensen die buiten Nederland wonen en Nederlands inkomen of vermogen hebben. Mensen die ten minste 90% van hun inkomen uit Nederland halen en wonen in een EU-land, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen vanaf 2015 worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Er moet dan wel een inkomensverklaring van de belastingdienst in het woonland aan de Nederlandse belastingdienst worden voorgelegd. Die mensen hebben dan in Nederland recht op de aftrekposten als eigenwoningrenteaftrek voor de buitenlandse woning, de uitgaven voor inkomensvoorzieningen en de persoonsgebonden aftrek. De nadelen van de huidige keuzeregeling, waaronder de zogenaamde terugneemregeling, komen met ingang van 1 januari 2015 te vervallen.

  • Tip: Woont u in het buitenland en heeft u Nederlands inkomen en/of vermogen? Beoordeel nog in 2014 de gevolgen voor uw belastingplicht in Nederland. Voldoet u mogelijk net niet aan het 90%-criterium, dan kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om uw Nederlandse inkomen en/of vermogen te verhogen of juist uw buitenlandse inkomen en/of vermogen te verlagen. 

 

Eigen woning

Tip 4 Hypotheekrenteaftrek

Gaat u een lening (hypotheek) aan voor een eigen woning, dan is de rente op deze lening alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Bovendien moeten de aflossingsverplichtingen bij het aangaan van de lening zijn overeengekomen in de leningovereenkomst en de aflossingen moeten ook daadwerkelijk plaatsvinden. Dit geldt zowel voor nieuwe hypotheken van starters als voor uitbreidingen van hypotheken voor zowel verhuizingen naar een duurdere woning als verbouwing en onderhoud.

  • Tip: Voor op 31 december 2012 bestaande hypotheken geldt de aflossingseis niet. Daaronder vallen in bijzondere situaties ook leningen die in 2013 zijn afgesloten. Bij het oversluiten (inclusief verhuizen en soortgelijke situaties) van een bestaande hypotheek blijven de oude regels van toepassing, mits de nieuwe lening uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar van aflossing is aangegaan. Hebt u in 2014 uw woning verkocht, dan heeft u tot eind 2015 de tijd om een nieuwe eigen woning af te sluiten. Leent u meer dan het oorspronkelijke bedrag, dan geldt de aflossingseis wel voor het meerdere.

Heeft u een eigenwoningschuld bij uw eigen bv, familie of een andere persoon niet zijnde een financiële instelling en valt deze schuld onder het nieuwe regime (dus met aflossingseis), dan moet u de gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst met het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’. Alleen als u de gegevens tijdig heeft doorgegeven, mag u de hypotheekrente in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Wijzigingen op een dergelijke lening moet u binnen 1 maand na afloop van het jaar van wijziging doorgeven.

Let op: Heeft u in 2013 een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen bv en heeft u die nog niet opgegeven? U kunt dan nog uiterlijk op 31 december 2014 de melding doen als tot die tijd uw aangifte inkomstenbelasting 2013 nog niet is ingediend. Heeft u in 2014 een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen bv? Stuur het formulier opgaaf lening eigen woning dan uiterlijk op bij het indienen van uw aangifte 2014 of, als u uw aangifte niet in 2015 indient, uiterlijk op 31 december 2015. Heeft u de looptijd, rente of aflossingswijze van een nieuwe hypotheek bij uw bv dit jaar gewijzigd? Geef dat dan door vóór 1 februari 2015. 

Tip 5 Los een kleine hypotheek af

Hebt u nog maar een lage hypotheekschuld, dan kan het verstandig zijn om de hypotheek af te lossen. Dit is vaak het geval als de aftrekbare hypotheekrente minder is dan het eigenwoningforfait dat u moet betalen en u veel vermogen in box 3 heeft. Een en ander is echter ook afhankelijk van het rendement dat u behaalt op box-3-vermogen en de mogelijkheid om een bestaande hypotheek boetevrij af te lossen. Wilt u weten of aflossen voor u de beste optie is, neem dan contact op met uw adviseur.

Tip 6 Betaal tot 6 maanden hypotheekrente vooruit

U kunt de hypotheekrente over het eerste halfjaar van 2015 vooruitbetalen in 2014 en in 2014 in aftrek brengen. Dat kan een belastingvoordeel opleveren als uw inkomen in 2014 hoger is dan in 2015. Als uw inkomen tegen het hoogste tarief wordt belast, profiteert u bovendien van een lagere beperking van de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekrenteaftrek in de hoogste tariefschijf wordt namelijk jaarlijks met een half procent beperkt. In 2014 is uw belastingvoordeel nog 51,5%, in 2015 neemt dat af tot 51%. Als u bovendien de vooruitbetaling vanuit uw box-3-vermogen betaalt, verlaagt u daarmee uw vermogen op de peildatum 1 januari 2015. Daarmee bespaart u nog eens 1,2% vermogensrendementsheffing.

 

Inkomen uit sparen en beleggen

Tip 7 Speel in op de peildatum in box 3

Voor de vaststelling van het box-3-vermogen geldt als peildatum 1 januari van elk kalenderjaar. Voor 2015 worden uw bezittingen en schulden op de peildatum 1 januari 2015 vastgesteld. Het verlagen van het box-3-vermogen levert u een belastingbesparing op. Bovendien geldt sinds 1 januari 2013 ook een vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget en is de eigen bijdrage voor de AWBZ extra afhankelijk van het vermogen: naast het rendement in box 3 dat onderdeel uitmaakt van het verzamelinkomen wordt nog eens 8% van het belaste box-3-vermogen bij het inkomen opgeteld voor de berekening van de eigen bijdrage. Let wel: voor de berekening van de eigen bijdrage voor de AWBZ telt in beginsel het inkomen van twee jaar eerder, het inkomen en vermogen in 2013 bepaalt de eigen bijdrage in 2015 en het inkomen en vermogen in 2015 bepaalt de eigen bijdrage in 2017.
De vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget gaat iets omhoog per 2015, naar € 82.093 plus het heffingsvrije vermogen in box 3. Indien van toepassing wordt het heffingsvrije vermogen nog verhoogd met de ouderentoeslag. Een eventuele vrijstelling voor groene beleggingen werkt niet door naar de vermogenstoets, het vermogen dat onder deze vrijstelling valt, telt gewoon mee. Voor de huurtoeslag geldt als grens slechts het heffingsvrije vermogen (inclusief eventuele ouderentoeslag).

Het box-3-vermogen kan op diverse manieren worden beïnvloed. Bijvoorbeeld het uitstellen van een dividenduitkering tot in het nieuwe jaar (let dan wel op dat in 2015 geen gebruik meer kan worden gemaakt van het tijdelijk lagere aanmerkelijkbelangtarief in 2014), het nog dit jaar aflossen op de eigenwoningschuld (let wel op eventuele boetebepalingen), het kopen van een nieuwe auto, kunst of andere vermogensbestanddelen die niet tot het box-3-vermogen behoren, kunnen tot een belastingbesparing van 1,2% leiden. Ook het achterwege laten van een verzoek tot een voorlopige teruggaaf, het vooruitbetalen van de rente op de eigen woning (de rente is alleen in box 1 aftrekbaar voor zover niet meer rente wordt vooruitbetaald dan over de eerste zes maanden van 2015) of het vooruitbetalen van een premie arbeidsongeschiktheid of zorgverzekeringswet kan tot een belastingbesparing leiden, evenals het aflossen van een rekening-courantschuld van de eigen bv aan u uitstellen tot na 31 december of het voor 31 december doen van een schenking.

Hebt u box-3-schulden? Overweeg dan deze schulden indien mogelijk voor het einde van dit jaar volledig af te lossen. Daarmee voorkomt u dat u rekening moet houden met de drempel voor schuldenaftrek van € 2.900 (€ 5.800 voor fiscale partners).

Let op: Om misbruik te voorkomen bestaat er een regeling die vermogen óók aan box 3 toerekent als dat vermogen tijdelijk, rond de peildatum, uit box 3 wordt gehaald, bijvoorbeeld door het voor minder dan zes maanden aan de eigen bv uit te lenen. Wilt u toch uw vermogen buiten box 3 houden? Neem dan contact op met uw adviseur.

  • Tip: Bent u voornemens om uw eigen woning te verkopen of heeft u de woning al verkocht en heeft u de mogelijkheid om de levering uit te stellen tot na 1 januari 2015? De gerealiseerde meerwaarde (netto verkoopsom na aflossing van de op de woning drukkende lasten) maakt dan geen deel uit van uw box-3-vermogen en valt dan niet onder de vermogensrendementsheffing. U bespaart dan netto 1,2% van de ontvangen koopsom. Bij een gerealiseerde meerwaarde van € 200.000 bespaart u toch al snel € 2.400. 

Tip 8 Beleggingen? ‘Groen’ geeft fiscaal voordeel

Hebt u beleggingen, dan moet u de waarde van deze beleggingen ook opgeven in box 3. Belegt u in groene projecten, dan geniet u extra fiscaal voordeel. Dat geldt sinds 2013 niet meer voor de beleggingen in durfkapitaal, sociaal-ethische beleggingen en culturele beleggingen. Voor groene beleggingen echter blijft u een vrijstelling houden in box 3 van maximaal € 56.420 (€ 112.840 voor fiscale partners gezamenlijk). Bovendien blijft u nog recht houden op een heffingskorting van 0,7% (2015) van het vrijgestelde bedrag in box 3. Wilt u gaan beleggen in een groen fonds, check dan ook of dit fonds wel door de Belastingdienst als een dergelijk fonds is aangewezen, want anders profiteert u niet van de voordelen.

Let op: Heeft u recht op zorg- of huurtoeslag of kindgebonden budget, houd er dan rekening mee dat de vrijstelling voor groene beleggingen in de inkomstenbelasting niet telt voor de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus wel mee als vermogen voor de vermogenstoets.

 

Persoonsgebonden aftrek en schenken

Tip 9 Is uw alimentatieverplichting vanaf 2015 nog juist vastgesteld?

Vanaf 1 januari 2015 zijn uitgaven voor levensonderhoud van kinderen niet meer aftrekbaar. De regeling voor ouders die hun kind in belangrijke mate onderhouden en bepaalde vaste bedragen voor de betaalde kinderalimentatie in aftrek kunnen brengen, vervalt. Dat is van belang voor vastgestelde partner- en kinderalimentatieverplichtingen. De draagkracht wordt doorgaans vastgesteld met inachtneming van de fiscale gevolgen. Nu de alimentatieplichtige geen belastingvoordeel meer heeft, kan diens bijdrageverplichting te hoog zijn vastgesteld. Dit is een van de vele omstandigheden die een aanleiding kunnen zijn voor het aanpassen van de alimentatie.

Let op: Ga na of de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat aanpassing van de alimentatie redelijk is. De kans dat de alimentatie wordt aangepast, wordt groter als naast het vervallen van de fiscale aftrek voor kinderalimentatie ook sprake is van andere gewijzigde omstandigheden. Bespreek dit met uw ex-partner of dien een verzoek in bij de rechtbank.

  • Tip: Ga na of u in 2014 nog kwalificeert voor aftrek van levensonderhoud van kinderen. De maximale hoogte van de aftrek is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Zit u nog niet aan de maximale aftrek, overweeg dan betalingen voor het levensonderhoud naar voren te halen. 

Tip 10 Plan uitgaven voor ziektekosten en andere persoonsgebonden aftrekposten

Ziektekosten en andere uitgaven voor specifieke zorgkosten kunt u onder bepaalde voorwaarden in aftrek brengen, net als uitgaven voor onder meer scholing, levensonderhoud en giften. Bijna altijd geldt een drempel of maximum. Pas als uw uitgaven meer dan het drempelbedrag bedragen, hebt u recht op de aftrekpost. Bij overschrijding van het maximum gaat ook een deel van de aftrekpost verloren. Zorgvuldige planning van de uitgaven kan u een belastingvoordeel opleveren. Daarnaast geldt dat vanaf 1 januari 2015 de aftrek voor levensonderhoud van kinderen vervalt.

  • Tip: Door, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden, de betaling naar voren te halen of juist uit te stellen, kan de aftrek worden geoptimaliseerd. De kosten kunnen onder omstandigheden worden gebundeld in één jaar, waardoor mogelijk een groter deel van de uitgaven boven de drempel komt en de aftrek hoger uitvalt.

Bijvoorbeeld wanneer u schenkt aan een algemeen nut beogende instelling, kunt u deze giften aftrekken als persoonsgebonden aftrek. Daarbij geldt echter wel een drempel van 1% van het (gezamenlijke) verzamelinkomen, met een minimum van € 60. Wanneer u jaarlijks wilt schenken, kunt u overwegen om de giften van meerdere jaren te bundelen en ineens te betalen. U hebt dan maar één keer te maken met de drempel. Houd wel rekening met het maximum aan giftenaftrek, dat bedraagt 10% van het (gezamenlijke) verzamelinkomen.

Tip 11 Maak gebruik van de jaarlijkse en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling 

Maak handig gebruik van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.229, aan kleinkinderen € 2.092. Is uw zoon of dochter tussen de 18 en 40 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 25.096. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.

Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan nog verhoogd worden tot
€ 52.281 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen.
Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.

In het kader van de stimulering van de woningmarkt is het tussen 1 oktober 2013 en 1 januari 2015 mogelijk om eenmalig € 100.000 te schenken voor de eigen woning. Daarbij geldt geen leeftijdsgrens en hoeft het niet te gaan om een schenking van ouder aan kind. Is al eerder gebruik gemaakt van een van de reguliere eenmalige verhoogde vrijstellingen voor schenkingen van ouders aan kinderen, dan komt dit eerdere bedrag in mindering op de vrijstelling van € 100.000. Na gebruik van deze eenmalige vrijstelling tot € 100.000 voor een schenking van ouder aan kind kan (ongeacht de hoogte van de schenking) geen gebruik meer worden gemaakt van de andere eenmalige verhoogde vrijstellingen. Overigens is het ook mogelijk om de schenkingsvrijstelling te gebruiken voor aflossing van een restschuld ontstaan bij de verkoop van een eigen woning.

  • Tip: De schenking van maximaal € 100.000 moet vóór 1 januari 2015 daadwerkelijk zijn besteed aan de eigen woning. Voor een eigen woning in aanbouw geldt een coulanceregeling waarbij onder voorwaarden het bedrag van de schenking ook voor de eerstvolgende bouwtermijnen in 2015 mag worden gebruikt. In geval de schenking wordt besteed aan onderhoud of verbetering van de woning, moet dit bedrag uiterlijk in 2016 worden aangewend. 

Om gebruik te maken van de verhoogde vrijstellingen, moet verplicht een aangifte schenkbelasting worden gedaan. Verloopt de schenking via de notaris, dan wordt de aangifte via de notariële akte gedaan, bij onderhandse schenkingen in 2014 moet uiterlijk in februari 2015 de aangifte worden ingediend.

Tip 12 Vraag een zakelijke rente voor een lening aan uw kind

Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (30% van 4%), het werkelijke ontvangen rentebedrag is voor de belastingheffing in box 3 niet van belang. Voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box-1-inkomen. Een hoger rentepercentage leidt in deze situatie bij de ouder niet tot een hogere belastingheffing, maar bij het kind wel tot een grotere aftrekpost tegen het progressieve tarief. De ouder kan de rente door middel van schenkingen eventueel weer aan het kind terugschenken. Zorg er wel voor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek.

Verstrekt u een lening aan uw kind voor een consumptieve aankoop, dan wordt de schuld bij uw kind in box 3 in aanmerking genomen, waarbij een drempel geldt van € 2.900 (€ 5.800 voor fiscale partners). De hoogte van de rente doet dan voor de inkomstenbelasting niet meer ter zake. Wel geldt dat het verstrekken van een renteloze of laagrentende direct opeisbare lening aan uw kind(eren) sinds 1 januari 2010 jaarlijks wordt aangemerkt als een schenking van de (niet bedongen) rente. Bij dergelijke leningen tussen natuurlijke personen wordt een schenking van het vruchtgebruik van de uitgeleende geldsom aangenomen. U berekent dit vruchtgebruik van dag tot dag en u wordt geacht het totale bedrag te hebben geschonken op de laatste dag van het betreffende kalenderjaar dan wel – als dat eerder is – op de overlijdensdag van uw kind. Uw kind moet dus jaarlijks schenkbelasting betalen over het verschil tussen 6% en de bedongen rente.

Voorbeeld: Op 1 januari 2014 leent u aan uw kind een bedrag van € 150.000 uit tegen een rente van 3%. De lening is direct opeisbaar. Het fictieve rentebedrag bedraagt € 9.000 (6% x € 150.000), terwijl het overeengekomen rentebedrag € 4.500 (3% x € 150.000) bedraagt. Vóór 1 maart 2015 moet uw kind aangifte schenkbelasting doen over een schenking van € 4.500 (€ 9.000 - € 4.500) in 2014, ervan uitgaande dat de jaarlijkse vrijstelling van € 5.229 (2014) reeds is benut.

Let op: Er is geen overgangsrecht voor direct opeisbare leningen die al vóór 1 januari 2010 zijn aangegaan.

  • Tip: Wilt u vanaf 2015 een jaarlijkse schenking van de (niet bedongen) rente voorkomen, dan dient u voor eind 2014 de rente op 6% te stellen dan wel de lening af te lossen. In het laatste geval kan een nieuwe lening met een vaste looptijd worden aangegaan, waarbij wel een zakelijke rente moet worden overeengekomen. Bij een lening met een vaste looptijd kan het zakelijke percentage ook lager zijn dan 6%.

 

Tips voor ondernemingen en bv's

Tip 13 Voorkom verliesverdamping

Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. Een verlies kunt u in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren. Heeft u in 2005 een verlies geleden en is dit verlies nog niet volledig verrekend, dan is verrekening alleen nog mogelijk met de winst die u in 2014 behaalt. Laat dit verlies niet ongemerkt verdampen, maar haal indien mogelijk alsnog winst naar voren of stel kosten uit, bijvoorbeeld door deze kosten waar mogelijk op de balans te activeren.

Wilt u bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel verkopen, stel dit dan niet uit. Behaalt u met de verkoop een belaste (boek)winst, dan kunt u hiermee nog openstaande verliezen verrekenen. Wellicht is het ook mogelijk om stille reserves te realiseren bijvoorbeeld door verkoop aan een gelieerde (rechts)persoon, winstgevende activiteiten in te brengen of fiscale voorzieningen af te bouwen.

Let op! Voor de aangiften 2009 tot en met 2011 gold in de vennootschapsbelasting een tijdelijke verruiming van de carry-backtermijn van één jaar naar drie jaar. Heeft u hier gebruik van gemaakt, dan is de voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) beperkt van negen tot zes jaar.

Tip 14 Vraag tijdig innovatiesubsidies aan

Ook in 2015 kunt u genieten van de voordelen van de R&D-faciliteiten, te weten de WBSO voor loonkosten, de Research & Development Aftrek (RDA) voor andere kosten en de innovatiebox in de vennootschapsbelasting. Voor de WBSO en RDA voor rechtspersonen dient ten minste een volle kalendermaand voor aanvang van de activiteiten een aanvraag te worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De RDA dient tegelijkertijd met de WBSO te worden aangevraagd. Bent u van plan te investeren in onderzoek en ontwikkeling, neem dan in een vroeg stadium contact op met uw adviseur.

Voor IB-ondernemers bestaat daarnaast onder voorwaarden recht op toepassing van de S&O-aftrek. U moet dan minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteden én op jaarbasis meer dan 500 uur aan S&O-werk, waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven. Voor 2015 bedraagt de S&O-aftrek € 12.310. Bent u een startende ondernemer, dan is € 18.467 aftrekbaar. De S&O-verklaring moet voor aanvang van de activiteiten worden aangevraagd.

Tip 15 Speel in op wijzigingen in investeringsaftrek

Investeert u dit jaar tussen € 2.300 en € 306.931 in bedrijfsmiddelen van ieder ten minste € 450, dan heeft u recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Daarnaast komt u mogelijk ook in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) als u investeert in daarvoor kwalificerende bedrijfsmiddelen. Door uw investeringen dit jaar goed te plannen, kunt u optimaal profiteren van de aftrek.

Hoe hoger uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen, des te lager het bedrag van de KIA. Het kan voor u dan ook gunstiger zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. U kunt zodoende per kalenderjaar profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Ook kunt u door spreiding voorkomen dat de investeringsaftrek geheel verloren gaat door overschrijding van het maximuminvesteringsbedrag van € 306.931 in 2014. In 2014 geldt de maximale KIA van € 15.470 bij een investeringsbedrag tussen € 55.248 en € 102.311, daarboven wordt de KIA afgebouwd.

Let op: Sinds 1 januari 2014 geldt voor de EIA, de MIA en de Vamil een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel van € 2.500. Dat wijkt af van de voorwaarden voor de KIA zoals hiervoor vermeld. Voor een (zeer) zuinige auto geldt in 2014 de KIA en de Vamil niet meer en is de MIA beperkt. Welke bedrijfsmiddelen in 2015 kwalificeren voor EIA, MIA en Vamil is afhankelijk van de nog te publiceren Energielijst en Milieulijst 2015. Daarbij is de datum waarop de investeringsverplichting is aangegaan doorslaggevend!

Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Naast de genoemde beperking voor personenauto’s zijn onder meer effecten, goodwill, gronden, woonhuizen, dieren en vaartuigen voor representatie uitgesloten van aftrek. 

Wilt u de investeringsaftrek toepassen, dan moet u hierom verzoeken in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Is dit in het verleden ten onrechte niet gebeurd, dan kunt u binnen vijf jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar de inspecteur verzoeken alsnog de investeringsaftrek toe te passen. U hebt alleen recht op de milieu- of energie-investeringsaftrek als het desbetreffende bedrijfsmiddel tijdig is aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Tip 16 Stel desinvesteringen uit

Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf investeringsaftrek heeft genoten, geldt een zogenoemde ‘desinvesteringsbijtelling’ als u deze bedrijfsmiddelen vervreemdt binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de aanschaf heeft plaatsgevonden. Van vervreemding is niet alleen sprake bij verkoop, maar ook bijvoorbeeld bij ruil, schenking of inbreng in een bv. Als percentage van de desinvesteringsbijtelling geldt het percentage dat eerder bij de investering gold. Om een desinvesteringsbijtelling te voorkomen, is het in bepaalde gevallen raadzaam de desinvestering uit te stellen tot 2015.

Tip 17 Benut de herinvesteringsreserve

Heeft u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing hierover uitstellen door de boekwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve.
U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de reserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

  • Tip: Ook als u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan bijvoorbeeld uw bv en voor de inkomstenbelasting daarmee onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1 valt, mag u een herinvesteringsreserve vormen. 

Heeft u in 2011 de boekwinst van een bedrijfsmiddel toegevoegd aan de herinvesteringsreserve maar nog geen nieuw bedrijfsmiddel gekocht, dan heeft u hiervoor nog tot 31 december 2014 de tijd.
Zo niet, dan valt de boekwinst alsnog vrij en moet u hierover belasting betalen. In bijzondere omstandigheden buiten uw wil en onder strikte voorwaarden is het mogelijk om de herinvesteringstermijn te verlengen. Dit kan alleen als u hiervoor toestemming heeft van de Belastinginspecteur.

Let op: Ga na of er vanaf het einde van het boekjaar waarin het oude bedrijfsmiddel is verkocht doorlopend een herinvesteringsvoornemen aanwezig is (geweest) en leg dit als ondernemer of directie(lid) van de bv jaarlijks vast in een schriftelijk besluit voor het einde van het boekjaar. Neem daarin tevens op welke aanwijsbare, concrete stappen zijn gezet om tot vervanging te komen.

 

Tips voor dga's en bv's

Tip 18 Verruiming faciliteit onbelast dividend op vererfde aandelen

Vanaf 2011 is het mogelijk dat dividend op vererfde aanmerkelijkbelangaandelen onbelast is, als het dividend binnen 24 maanden na het overlijden van de erflater wordt uitgekeerd. Dividend op aandelen die op het moment van overlijden op naam stonden van een ander, is volgens de wet normaal belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Dat maakt de regeling van onbelast dividend op vererfde aandelen fiscaal minder aantrekkelijk en kan tot problemen bij de afwikkeling van belastingschulden leiden. 

Daarom keurt de Belastingdienst toch goed dat in die situaties het dividend op niet-vererfde aandelen binnen 24 maanden na overlijden van de erflater, ook onbelast is. De voorwaarden voor de regeling zijn:

  • Het overlijden heeft plaatsgevonden in de periode 2011 tot en met 2014;
  • Het dividend is/wordt uitgekeerd in de periode 2011 tot en met 2014;
  • Het dividend wordt uitgekeerd op dezelfde soort aandelen als de vererfde aandelen;
  • Het verzoek aan de Belastingdienst moet zijn ingediend uiterlijk op 31 december 2014;
  • De aandelen mogen na het overlijden niet zijn vervreemd.

Heeft u moeten afrekenen over een dividenduitkering op niet-vererfde aandelen? U kunt de Belastingdienst dan vóór 31 december 2014 verzoeken om het dividend alsnog onbelast te laten. Ook als de aanslag waarin het dividend is belast al onherroepelijk vaststaat, zal de Belastingdienst die aanslag dan herstellen.

  • Tip: Is het dividend op niet-vererfde aandelen binnen 24 maanden na het overlijden van de erflater belast en had u ervoor willen kiezen dat het onbelast was? Dat kan nog tot en met 31 december 2014. Neem zo snel mogelijk contact met ons op. Samen met u bekijken we dan de mogelijkheden.

Tip 19 Betaal eigen bijdrage voor privégebruik auto aan uw bv

Indien u een auto van de zaak hebt, is sprake van een bijtelling (deze wordt verwerkt in de loonadministratie). De extra verschuldigde loonbelasting die de bijtelling veroorzaakt kan worden voorkomen door tijdig met uw bv overeen te komen dat voor dit privégebruik een eigen bijdrage is verschuldigd. Deze eigen bijdrage is onder voorwaarden aftrekbaar van de bijtelling privégebruik en leidt derhalve tot een lagere belastingdruk in box 1. Door jaarlijks een (netto)dividend uit te keren ter grootte van de eigen bijdrage houdt u uw netto-inkomen op een fiscaal vriendelijke wijze op peil. Op deze wijze kan een tariefsvoordeel worden behaald. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een eigen bijdrage in combinatie met een hoger salaris, wat leidt tot een hogere pensioengrondslag.

Let op! De bv is ter zake van de eigen bijdrage btw verschuldigd. Deze bedraagt 21/121e deel van de eigen bijdrage. Bij privégebruik van de auto van de zaak zonder (of met een te lage) eigen bijdrage dient jaarlijks een btw-correctie voor privégebruik te worden toegepast.

Tip 20 Maak gebruik van verlaagde aanmerkelijkbelangtarief in 2014

Het belastingtarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang is alleen in 2014 verlaagd van 25% naar 22%, tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 250.000. De belastingbesparing over dividend uit de bv en winst bij verkoop van de aandelen kan oplopen tot € 7.500. Fiscale partners die het hele jaar elkaars fiscale partners zijn, kunnen het inkomen uit aanmerkelijk belang verdelen, zodat ieder € 250.000 inkomen uit aanmerkelijk belang heeft. Het gezamenlijke belastingvoordeel kan dan oplopen tot € 15.000.

Let op: Keer niet zomaar dividend uit. Ga eerst na of de bv voldoende vrij uitkeerbare reserves heeft en of de bv ook na de dividenduitkering haar verplichtingen kan blijven nakomen. Dat zijn de balans- en uitkeringstoets. Komt de bv niet door die toetsen heen, dan zijn bestuurders en aandeelhouders aansprakelijk voor de ten gevolge van de dividenduitkering onvoldaan gebleven schulden. Een extra waarschuwing is op zijn plaats als u ook pensioen in eigen beheer opbouwt. Om te bepalen of er voldoende vermogen in de bv overblijft na de dividenduitkering, moet gekeken worden naar de commerciële waarde en niet naar de fiscale waarde van de pensioenverplichting op de balans. De commerciële waarde ligt doorgaans (veel) hoger dan de fiscale waarde, zodat minder ruimte overblijft om dividend uit te keren.

Het tariefsvoordeel van 3% (25%-22%) maakt het onder omstandigheden aantrekkelijk om nog in 2014 dividend uit te keren.  Voorkom vermogensrendementsheffing over het uitgekeerde bedrag per 1 januari 2015 door aan het eind van het jaar het dividend niet uit te keren, maar rentedragend schuldig te blijven. Als dga krijgt u dan een vordering op de bv die niet in box 3 valt, maar in box 1 (terbeschikkingstellingsregeling). Als kort na de jaarwisseling de bv het dividend uitbetaalt, blijft de dividenduitkering buiten de rendementsgrondslag en blijft het rendement in de rest van 2015 onbelast.

Let op: Vanaf 2015 valt de dividendbelasting onder de belastingrente. Betaalt u niet of te laat, dan bent u op jaarbasis ten minste 4% belastingrente verschuldigd. Dit geldt ook voor dividendbelasting over dividenden die voor 1 januari 2015 zijn uitgekeerd.

Tip 21 Houd de rekening-courantstand met de eigen bv in de gaten

Een rekening-courantvordering op de eigen bv wordt belast in box 1 (maximaal 52%, maar daarbij is wel 14% van het resultaat vrijgesteld). Een rekening-courantschuld aan de eigen bv valt daarentegen in box 3 (1,2% over de stand van de rekening-courantschuld per 1/1). Wanneer de rekening-courantstand gedurende het jaar niet hoger is dan € 17.500, blijft deze buiten box 1 dan wel box 3.
De bv mag dan ook geen rente in aanmerking nemen.

  • Tip: Wilt u in 2015 gebruik maken van deze regeling, zorg dan dat de rekening-courantstand nog in 2014 daalt tot onder € 17.500 en in 2015 ook niet boven dit bedrag uitkomt.

Tip 22 Pensioen in eigen beheer

Per 1 januari 2015 wijzigen wederom de regels rondom pensioenopbouw. Zo wordt de maximale opbouw verlaagd van 2,15% naar 1,875% (middelloonregelingen) en 1,657% (eindloonregelingen; 2014: 1,9%) per dienstjaar. Een soortgelijke aanpassing vindt ook plaats voor beschikbare premieregelingen. Het loon waarover u pensioen kunt opbouwen, wordt beperkt tot € 100.000. Verdient u meer, dan krijgt u de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk – maar wel begrensd – bij te sparen met een nettolijfrente of een nettopensioen. Al deze aanscherpingen hebben gevolgen voor uw pensioenregeling. Deze moet hoogstwaarschijnlijk nog dit jaar worden aangepast om ervoor te zorgen dat u ook in 2015 binnen de fiscale pensioenopbouwregels blijft. 

Het vorenstaande geldt zowel voor directeur grootaandeelhouders met een pensioen in eigen beheer, als voor pensioenregelingen voor reguliere werknemers. In beide gevallen kunnen wij u begeleiden in het doorvoeren van de noodzakelijke aanpassingen. Ook kunnen we met u bekijken welke gevolgen de wetswijziging heeft voor uw persoonlijke pensioenpositie en of er noodzaak is om bij te sturen in uw opbouw van een voldoende oudedagsvoorziening.

  • Tip: Aanpassing van uw pensioenovereenkomst hoeft niet als uw pensioenopbouw is stopgezet vóór 1 januari 2015 of als uw pensioen al is ingegaan.

Let op: De vorming van een pensioen in eigen beheer leidt tot uitstel van belastingheffing, maar hoeft niet altijd fiscaal het meest voordelig te zijn. Dit hangt onder meer af van de overige inkomsten (voor en na uw pensionering) en de aanwezigheid van aftrekposten in de inkomstenbelasting. Raadpleeg uw adviseur om ongewenste gevolgen te voorkomen.

 

Tips omzetbelasting

Tip 23 Zonnepanelen aangeschaft? Denk aan de btw-gevolgen

Heeft u in 2014 zonnepanelen aangeschaft en daarvoor de btw teruggevraagd? Dien dan tijdig de btw-aangiften in. Voor het privégebruik van de opgewekte elektriciteit moet u een btw-correctie opgeven volgens de tabellen die de Belastingdienst daarvoor gebruikt.

Voldoet u aan de voorwaarden van de Kleine ondernemersregeling (KOR)? Dan kunt u de Belastingdienst verzoeken om vanaf 1 januari 2015 te zijn vrijgesteld van administratieve verplichtingen. U hoeft dan geen btw-aangiften meer in te dienen over tijdvakken vanaf die datum. Alternatief kunt u ook een vermindering van de af te dragen omzetbelasting krijgen als u aan de voorwaarden van de KOR voldoet. U blijft dan te maken houden met de administratieve verplichtingen, waarbij u tevens btw-facturen moet sturen aan de energiemaatschappij die de door u geproduceerde elektriciteit afneemt. De btw die u daarbij in rekening brengt, hoeft u echter niet (volledig) af te dragen als het af te dragen saldo minder dan € 1.883 bedraagt. 

Bent u ondernemer of zzp’er en heeft u zonnepanelen aangeschaft? Dan is al uw aan te geven btw van belang voor de toepassing van de KOR. Moet u per saldo meer afdragen dan € 1.883, dan kunt u niet worden ontheven van administratieve verplichtingen en blijft u ook voor de zonnepanelen verplicht om btw-aangiften in te dienen.

  • Tip: Dien tijdig btw-aangiften in en geef het privégebruik aan in de btw-aangifte volgens de tabellen van de Belastingdienst. Verzoek indien gewenst dit jaar nog om ontheffing van administratieve verplichtingen, om vanaf 1 januari 2015 geen btw-aangiften meer te hoeven indienen.

Tip 24 Registreer u voor de mini One Stop Shop-regeling

Vanaf 1 januari 2015 veranderen de btw-regels voor telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten (digitale diensten). Levert u als ondernemer dergelijke diensten aan niet-belastingplichtige afnemers (zoals particulieren) binnen de EU, houd dan op tijd rekening met de gewijzigde regels. Nu zijn deze digitale diensten nog belast in Nederland met 21% btw. Vanaf 1 januari zijn deze diensten belast in het land waar de niet-belastingplichtige afnemer woont. Dat betekent dat u binnen de EU te maken kunt krijgen met 28 verschillende btw-tarieven en 28 btw-registraties.

Om het u makkelijker te maken, kunt u zich bij de Belastingdienst registreren voor de mini One Stop Shop-regeling. U hoeft zich dan niet in elke EU-lidstaat te registreren en u kunt gewoon in Nederland aangifte doen voor de btw die u in andere EU-lidstaten verschuldigd bent. 

Indien u zich vóór 31 december aanstaande registreert en aan de voorwaarden voldoet, kunt u vanaf
1 januari meedoen met de mini One Stop Shop-regeling.

U bent niet verplicht om gebruik te maken van de mini One Stop shop-regeling. Levert u digitale diensten en maakt u geen gebruik van de regeling, dan moet u zich registeren in alle lidstaten waar uw klanten wonen, daar de btw-aangiften doen en btw betalen.

Let op: De mini One Stop Shop-regeling is een administratieve lastenverlichting. U mag de btw dan wel in Nederland aangeven, maar u moet desondanks wel het btw-tarief berekenen dat geldt in het land waar uw particuliere klant woont. Naast uw gebruikelijke btw-aangiften moet u ook nog apart btw-meldingen doen.

Tip 25 Doe vóór 1 april 2015 suppletieaangifte omzetbelasting

Kijk bij de jaarafsluiting of het saldo van de verschuldigde of te vorderen omzetbelasting op de balans per 31 december 2014 overeenkomt met de omzetbelasting die in de periodieke aangiften is aangegeven. Verschillen kunt u vrijwillig en zonder belastingrente en boete (mits het alsnog te betalen bedrag minder bedraagt dan € 20.000) verbeteren door vóór 1 april 2015 een suppletieaangifte in te dienen. Na deze datum brengt de belastingdienst belastingrente in rekening. Op de website van de Belastingdienst kunt u een standaard suppletieformulier vinden. Dit formulier kunt u na invulling ook digitaal indienen. Als het saldo van de te betalen of terug te vragen omzetbelasting in de suppletieaangifte minder dan € 1.000 bedraagt, kunt u dit in de eerstvolgende, reguliere btw-aangifte verwerken.

  • Tip: Indien u in het verleden te veel btw op aangifte heeft voldaan, dan kunt u een verzoek om ambtshalve teruggaaf doen. Denk bijvoorbeeld aan: een verkeerde tarieftoepassing; u hebt te weinig btw op aangifte teruggevraagd; u bent vergeten de btw op bepaalde inkoopfacturen mee te nemen.

Tip 26 Laatste btw-aangifte: vergeet niet het privégebruik bedrijfsauto

Gebruikt u als ondernemer of een werknemer de auto van de zaak ook privé, dan moet u voor de btw met dit privégebruik rekening houden. De eventueel verschuldigde btw geeft u aan en betaalt u bij de laatste btw-aangifte van het jaar. Deze aangifte moet uiterlijk 31 januari 2015 zijn ingediend en betaald.

De regel is als volgt. Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan kunt u de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik aftrekken voor zover u de auto gebruikt voor belaste omzet. Omdat u de auto ook privé gebruikt, moet u over het privégebruik btw betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm. 

  • Tip: Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een sluitende kilometeradministratie bijhouden.

Denk naast de auto-correctie ook aan de andere gebruikelijke correcties, zoals:

  • correcties of afgetrokken voorbelasting ten aanzien van verstrekkingen aan het personeel, relatiegeschenken e.d;
  • de correctie voor privégebruik van ondernemingsgoederen en diensten;
  • de herrekening van gedurende het jaar afgetrokken voorbelasting;
  • de herziening van afgetrokken btw-voorbelasting op roerende en onroerende investeringsgoederen;
  • de toepassing van de ‘kleine ondernemersregeling’ als het over het hele jaar af te dragen btw-bedrag kleiner is dan € 1.883.

Tip 27 Verbeter uw liquiditeitspositie met maand- of kwartaalaangifte

Zolang u maandelijks btw bent verschuldigd, kan een financieringsvoordeel worden gerealiseerd als u ervoor kiest per kwartaal de aangifte en afdracht van btw te doen. Indien het bedrag van de voorbelasting structureel groter is dan het af te dragen btw-bedrag, is het raadzaam om voor maandaangiften omzetbelasting te kiezen.

Tip 28 Meld verbreking van de fiscale eenheid voor de btw

Heeft uw holdingmaatschappij de aandelen in een werkmaatschappij verkocht en is daardoor de fiscale eenheid voor de btw tussen die twee bv’s verbroken? Meld dit dan zo snel mogelijk schriftelijk bij de bevoegde inspecteur. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de onderdelen van de fiscale eenheid voor de btw eindigt namelijk pas op het moment dat de verbreking van de eenheid bij de inspecteur is gemeld. Niet melden, kan er toe leiden dat uw holdingmaatschappij aansprakelijk wordt gesteld voor de btw van de vroegere dochtermaatschappij, zelfs voor de btw die is ontstaan in de periode na verkoop van de aandelen in deze bv.

Tip 29 Stel uw sportaccommodaties btw-belast ter beschikking

Op grond van een besluit van de staatssecretaris wordt de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties aan sporters mogelijk eerder aangemerkt als een belaste dienst voor de omzetbelasting. Hierdoor ontstaat voor degene die de sportaccommodatie ter beschikking stelt recht op aftrek van voorbelasting. Bovendien valt de btw-belaste dienstverlening onder het 6%-tarief, waardoor de vooraftrek hoger zal zijn dan de af te dragen btw. Dit is vooral interessant bij nieuwbouw of de aanleg van een kunstgrasveld. De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd in 2015 een wetsvoorstel in te dienen waarbij deze regels worden aangepast. Het is nog niet duidelijk hoe deze aanpassing eruit zal zien. Neem voor een nadere toelichting contact op met uw adviseur.

Tip 30 Check herziening van btw

Als u in het verleden zaken heeft gekocht waarbij de btw geheel of gedeeltelijk in aftrek is gebracht, dan kan het zijn dat deze btw-aftrek moet worden herzien. Herziening kan zich voordoen als het gebruik van de roerende of onroerende zaken wijzigt. Dit is bijvoorbeeld het geval als u een pand in 2014 bent gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties, terwijl u voorheen btw-belaste prestaties verrichtte. Andersom is ook mogelijk: u bent een pand gaan gebruiken voor belaste prestaties, terwijl u voorheen vrijgestelde prestaties verrichtte. In beide gevallen moet u de btw herzien. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van negen jaar na het jaar van ingebruikneming, voor roerende zaken geldt een termijn van vier jaar na het jaar van ingebruikneming. U verwerkt de herziening in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Als u onroerende zaken belast met btw verhuurt, informeer dan of uw huurder nog voldoet aan de eisen voor de aftrekgerechtigdheid. Alleen als uw huurder de btw voor 90% of meer kan aftrekken (in bepaalde situaties is een aftrekrecht van 70% voldoende), mag u met btw verhuren en kunt u de inkoop-btw (bijvoorbeeld op onderhoud) aftrekken. Uw huurder is verplicht om u binnen vier weken na afloop van het boekjaar te informeren dat hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op: Heeft u een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De huurder moet over die periode binnen vier weken na afloop verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties. Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan heeft dat btw-gevolgen voor de verkoper en koper.

Tip 31 Samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting

Kopers die een nieuwe onroerende zaak kopen – dus met btw – en de btw kunnen verrekenen, kunnen een vrijstelling krijgen voor de overdrachtsbelasting om samenloop van btw en overdrachtsbelasting te voorkomen. Voorwaarde voor deze regeling is dat de onroerende zaak op het moment van levering nog niet in gebruik is genomen of nog niet is verhuurd. De Belastingdienst keurde goed dat de levering binnen zes maanden na eerste ingebruikneming/verhuur ook is vrijgesteld. Als crisismaatregel is die zes-maanden-termijn in de periode 1 november 2012 en 31 december 2014 tijdelijk verruimd naar
24 maanden om verkopers die moeilijk kopers konden vinden iets meer tijd te geven. Voor nieuwe onroerende zaken die vanaf 1 januari 2015 in gebruik worden genomen of verhuurd, geldt weer dat de levering binnen zes maanden daarna aan een btw-aftrekgerechtigde ondernemer is vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Tip: Heeft u voor uw nieuwe onroerende zaak nog geen koper? En overweegt u de onroerende zaak eerst zelf in gebruik te nemen of te gaan verhuren? Doe dat dan vóór 1 januari 2015. U heeft dan nog 24 maanden vanaf ingebruikname/verhuur de tijd om de onroerende zaak te verkopen zonder overdrachtsbelasting.

Tip 32 Einde verruimde doorverkooptermijn in de overdrachtsbelasting

De tijdelijk verruimde termijn van 36 maanden in de overdrachtsbelasting bij doorverkoop van een woning of pand loopt ten einde. Vanaf 1 januari 2015 geldt weer een termijn van zes maanden waarbinnen een opvolgende koper een vermindering van overdrachtsbelasting kan krijgen. 

Heeft u een woning of bedrijfspand tussen 1 september 2012 en 31 december 2014 gekocht en verkoopt u deze weer binnen de nu nog geldende 36 maandentermijn, wijs de koper er dan op dat hij alleen over de meerwaarde overdrachtsbelasting is verschuldigd. Mogelijk raakt u hiermee de woning of het bedrijfspand sneller kwijt. Heeft u een woning of ander pand gekocht en moet dit nog worden geleverd bij de notaris? Probeer dan de levering nog in december te laten plaatsvinden. Ook dan blijft de termijn van 36 maanden gelden. 

  • Tip: De komende drie jaar blijft het belangrijk om bij iedere aankoop van vastgoed na te gaan wanneer de vorige transactie met dat vastgoed heeft plaatsgevonden. Is dit minder dan
    36 maanden geleden, maar wel vóór 1 januari 2015, dan bent u alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de meerwaarde in plaats van de gehele waarde.

Tips voor werkgevers en werknemers

Tip 33 Fiets met voordeel

Bent u nog niet overgestapt op de werkkostenregeling, dan kunt u uw werknemer nu onder voorwaarden nog onbelast een fiets vergoeden of verstrekken, mits de aanschafprijs van de fiets niet meer bedraagt dan € 749 (inclusief btw). De werknemer moet de fiets gebruiken voor woon-werkverkeer en mag de afgelopen 3 jaar geen fiets hebben gekregen met toepassing van deze regeling. Wilt u hier nog snel gebruik van maken, verstrek dan de fiets uiterlijk op 31 december aanstaande.

Let op: Het onbelast verstrekken van een fiets kan ook binnen de werkkostenregeling, maar dat gaat dan wel ten koste van de vrije ruimte. U heeft dan niet te maken met de normen van de fietsregeling.
U kunt dus eventueel een duurdere fiets vergoeden of verstrekken zonder aanvullende eisen. Houd daarbij wel rekening met de gebruikelijkheidstoets.

Tip 34 Stamrecht in 2014 nog met voordeel op te nemen

Heeft u in het verleden ooit een ontslagvergoeding (gouden handdruk) ontvangen in de vorm van een stamrecht en deze ondergebracht bij uw bv, een bank, beleggingsinstelling of een verzekeraar, dan mag u deze sinds 2014 geheel of gedeeltelijk afkopen. De opbrengst is dan wel progressief belast, maar u betaalt geen revisierente van 20% meer. Bij volledige afkoop in 2014 krijgt u bovendien een extra korting waardoor u belasting betaalt over 80% van de uitkering. 20% blijft onbelast. Voorwaarde is wel dat het bedrag vóór 15 november 2013 door de (ex)werkgever is overgemaakt naar de stamrecht-bv of andere stamrechtuitvoerder. Deze 80%-regeling geldt alleen bij opname ineens in 2014, niet bij gespreide of latere opname. Neemt u het stamrecht in 2015 of later in één keer op, dan betaalt u inkomstenbelasting over 100% van de uitkering. U bent overigens niet verplicht om uw bestaande stamrecht in één keer op te nemen. Voor bestaande stamrechten blijft de stamrechtvrijstelling gewoon gelden.

  • Tip: Laat u goed informeren of het voor u aantrekkelijk is om de stamrechtaanspraak nog in 2014 in één keer op te nemen. U krijgt dan wel een korting, maar u moet nog steeds over een fors bedrag en afhankelijk van de hoogte van de uitkering afrekenen tegen een toptarief van 52% inkomstenbelasting. Bovendien behoort dit vermogen daarna (mits op de peildatum nog aanwezig) tot de rendementsgrondslag van box 3. 

Tip 35 Pas uw pensioencontracten op tijd aan

Vanaf 2015 wordt de pensioenopbouw verder aangescherpt. Zo gaat het maximale opbouwpercentage voor middelloonregelingen omlaag van 2,15% naar 1,875% en geldt voor pensioen op eindloonbasis een percentage van 1,657% (2014: 1,9%) per dienstjaar. Een soortgelijke aanpassing vindt ook plaats voor beschikbare premieregelingen. Het loon waarover u pensioen kunt opbouwen, wordt beperkt tot
€ 100.000. Verdient u meer, dan krijgt u de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk – maar wel begrensd – bij te sparen met een nettolijfrente of een nettopensioen. Al deze aanscherpingen hebben gevolgen voor uw pensioenregeling. Deze moet hoogstwaarschijnlijk nog dit jaar worden aangepast om ervoor te zorgen dat u ook in 2015 binnen de fiscale pensioenopbouwregels blijft. 

De nieuwe pensioenaanscherpingen vanaf 2015 betekenen dat bestaande pensioentoezeggingen moeten worden aangepast. Deze moeten namelijk wel binnen de fiscale kaders blijven. Overleg daarom op tijd met de pensioenuitvoerder (pensioenfonds of pensioenverzekeraar) bij wie de pensioenregeling van uw werknemers is ondergebracht, of aanpassing van het pensioenreglement wenselijk dan wel noodzakelijk is en wat de gevolgen hiervan zijn. Het kan zijn dat uw werknemers formeel akkoord moeten gaan met een wijziging van het pensioenreglement. Bovendien moet u er als werkgever op toezien dat de pensioenuitvoerder uw werknemers tijdig inlicht over een wijziging van de pensioenovereenkomst (binnen drie maanden na de wijziging).

Het vorenstaande geldt zowel voor directeur grootaandeelhouders met een pensioen in eigen beheer, als voor pensioenregelingen voor reguliere werknemers. In beide gevallen kunnen wij u begeleiden in het doorvoeren van de noodzakelijke aanpassingen. Ook kunnen we met u bekijken welke gevolgen de wetswijziging heeft voor uw persoonlijke pensioenpositie en of er noodzaak is om bij te sturen in uw opbouw van een voldoende oudedagsvoorziening. Een pensioenreglement hoeft niet te worden gewijzigd wanneer de huidige pensioenregeling binnen de per 1 januari 2015 geldende fiscale kaders blijft.

Tip 36 Wijzigingen arbeidsrecht

In 2015 wijzigen diverse regels in het arbeidsrecht. Zo is het vanaf 1 januari 2015 niet meer toegestaan om in tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of minder een proeftijd op te nemen.

  • Tip: Een proeftijd is nog toegestaan in een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of minder die is aangegaan in 2014, maar die pas ingaat in 2015.

Een concurrentiebeding in een tijdelijk contract is vanaf volgend jaar alleen nog mogelijk bij bijzondere omstandigheden met schriftelijke, overtuigende motivering. Denk bijvoorbeeld aan zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen die een dergelijk beding vereisen.

  • Tip: Zowel een proeftijd in een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of minder als een concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst is nog toegestaan die is aangegaan in 2014, maar die pas ingaat in 2015.

Voor tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer geldt vanaf 2015 een aanzegplicht. Door deze nieuwe verplichting moet u de werknemer uiterlijk één maand voordat het arbeidscontract afloopt schriftelijk op de hoogte stellen of u zijn tijdelijke contract al dan niet gaat verlengen en onder welke voorwaarden. Doet u dat niet, dan is de sanctie een all-in brutomaandsalaris, dan wel een pro rato deel als u te laat aanzegt. 

Let op: De aanzegverplichting geldt niet bij contracten waarbij de einddatum niet op een kalenderdatum is bepaald. De aanzegtermijn gaat in voor tijdelijke arbeidscontracten van minimaal zes maanden die eindigen op of na 1 februari 2015. Dit betekent dat u voor contracten die eindigen op 1 februari 2015 al moet aanzeggen op 31 december 2014 of liefst nog eerder. U moet dus nu al anticiperen op de nieuwe aanzegplicht.

Tip 37 Levensloopregeling in 2015 afkopen?

In 2015 mogen belastingplichtigen fiscaal voordelig hun levenslooptegoed in één keer opnemen.
Van dat tegoed is dan 80% belast. De levensloopregeling is afgeschaft, maar als het tegoed op uw levenslooprekening op 31 december 2011 € 3.000 of meer was, dan kunt u door blijven sparen in de regeling tot 1 januari 2022. Sinds 2012 bouwt u echter geen levensloopverlofkorting meer op.

Net als in 2013 is het in 2015 mogelijk om met korting het hele (resterende) bedrag ineens op te nemen. Koopt u in 2015 het hele bedrag af, dan is slechts 80% van de waarde op 31 december 2013 belast. De overige waarde (opgebouwd in 2014) is wel volledig belast. Voorwaarde voor deze regeling is dat u het gehele bedrag ineens afkoopt. Na deze afkoop kunt u geen gebruik meer maken van de levensloopregeling.

  • Tip: Ontvangt u nu uitkeringen uit een levenslooptegoed? Overweeg dit jaar de uitkeringen te stoppen. De laatste uitkering(en) in 2014 kunt u daardoor met het gehele tegoed opnemen in 2015, waarbij u dan kunt profiteren van de 80%-regeling. Laat u goed adviseren over alle fiscale gevolgen voordat u tot afkoop overgaat. Afkoop kan leiden tot een progressienadeel en heeft bijvoorbeeld ook effect op de hoogte van uw box-3-vermogen.

Tip 38 Voorkom bijtelling privégebruik auto van de zaak

Heeft u liever geen bijtelling voor de auto van de zaak? Dat kan, maar dan mag u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé rijden. U kunt dit aantonen met bijvoorbeeld een rittenregistratie. In de rittenregistratie moet u niet alleen een aantal basisgegevens vermelden, maar ook de gegevens per rit. Gebruik het model dat de Belastingdienst voorschrijft om ervan verzekerd te zijn dat u de juiste gegevens registreert. Wilt u in 2015 geen bijtelling, start dan op 1 januari 2015 met de rittenadministratie.

Let op: Voldoet uw rittenregistratie niet, dan krijgt u alsnog te maken met de bijtelling, tenzij u op een andere manier kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé heeft gereden. De Belastingdienst legt dan een naheffingsaanslag op. Daarnaast kan de Belastingdienst ook een boete opleggen van € 4.920.

Voor de bestelauto van de onderneming die u uitsluitend zakelijk gebruikt, kunt u bij de Belastingdienst een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen. U hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden. Dat kan echter alleen als er met de bestelauto ook echt 0 km privé wordt gereden. De verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kunt u ook namens uw werknemer indienen die met de bestelauto van de zaak niet privé rijdt.

  • Tip: In november ontvangen werknemers met een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ een brief van de Belastingdienst waarmee wijzigingen kunnen worden doorgeven. Informeer hiernaar bij uw werknemers en administreer eventueel ook het wijzigingsformulier. Zo bent u er in ieder geval op tijd van op de hoogte of u volgend jaar wel of geen rekening moet houden met een bijtelling.