22-12-2016

Ingehouden loonheffing bij overgangsregeling belastingverdrag Nederland – Duitsland

Siteimg album news 340 img 2513

Zoals bekend is het (nieuwe) belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland per 1 januari 2016 in werking getreden. Een van de grootste wijzigingen die dit belastingverdrag met zich meebrengt is op het gebied van pensioenen. De gevolgen van deze wijziging zijn tot nu toe echter beperkt gebleven, aangezien voor het jaar 2016 gebruik kon worden gemaakt van het overgangsrecht. Hierdoor kon nog een jaar langer het oude belastingverdrag worden toegepast. Het jaar 2016 is echter (bijna) ten einde. De vraag die nu rijst is hoe nu verder? Wat zijn de gevolgen voor het belastingjaar 2017? Hieronder zullen wij deze vragen zo duidelijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Belastingverdrag

Onder het nieuwe belastingverdrag is de heffingsbevoegdheid over private pensioenen in beginsel ongewijzigd gebleven. De hoofdregel geldt nog steeds; de private pensioenen worden belast in het woonland. Hier bestaat echter een belangrijke uitzondering op. Wanneer de totale pensioenen tezamen meer dan € 15.000 bruto per jaar bedragen, verschuift het heffingsrecht naar het land van uitkering. De genoemde grens van € 15.000 is inclusief AOW. In veel gevallen betekent dit dat onder het nieuwe belastingverdrag de heffing over de pensioenen zal verschuiven naar Nederland.

Om grote naheffingen van loonbelasting te voorkomen heeft de Belastingdienst de meeste vrijstellingen voor de loonheffing ingetrokken. Hierover heeft de Belastingdienst de desbetreffende belastingplichten de afgelopen maanden per brief geïnformeerd. De uitkeringsinstanties zullen derhalve per 1 januari 2017 loonheffingen gaan inhouden. Hiervoor hoeft u zelf – in de meeste gevallen - geen actie te ondernemen.

Overgangsregeling

Er bestaat naast het eerdergenoemde overgangsrecht ook een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is ingevoerd om de nadelige aspecten van het verschuiven van het heffingsrecht over de pensioenen te effectueren.

Deze regeling bestaat gedurende zes jaren na het invoeren van het nieuwe verdrag (2016). De regeling houdt in dat het private pensioen, waarover de belastingheffing onder het nieuwe belastingverdrag van Duitsland naar Nederland is verschoven, tegen een beperkt tarief in de Nederlandse belastingheffing wordt betrokken. In de eerste twee jaar bedraagt dit 10% en deze neemt ieder jaar met 5% toe. In het laatste, zesde jaar (2021), bedraagt de heffing derhalve 30%. Wanneer er voor het jaar 2016 wordt gekozen om gebruik te maken van het keuzejaar en dus het oude belastingverdrag nog een jaar langer wordt toegepast, kan deze overgangsregeling voor pensioenen pas vanaf het tweede jaar worden toegepast. Hierdoor kan er van de overgangsregeling slechts vijf jaar gebruik worden gemaakt.

Een beroep doen op de overgangsregeling kan alleen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • U bent sinds 12 april 2012 onafgebroken woonachtig in Duitsland;
  • U ontvangt pensioen/lijfrente uit Nederland;
  • de eerste betaling van de uitkering heeft vóór 1 januari 2016 plaatsgevonden;
  • U ontvangt in totaal meer dan € 15.000 bruto aan pensioen/lijfrente/sociale zekerheidsuitkering uit Nederland;
  • Onder het oude belastingverdrag betaalde u in Duitsland belasting over deze inkomsten.

Het voordeel

Uit onze berekeningen blijkt dat in de meeste gevallen de overgangsregeling minder jaren, dan de genoemde zes jaren effect heeft. Voor inkomens belast tot en met de tweede schijf (in 2017: € 33.791) heeft de overgangsregeling nauwelijks effect. Voor de hoge inkomens is gebleken dat de regeling maximaal vier jaar werkt. Daarna is het gemiddelde belastingtarief lager dan het gereduceerde tarief uit de overgangsregeling. De toepassing van de overgangsregeling zou in die jaren nadelig uitpakken.

Situatieschets: inwoner van Duitsland, AOW ad € 13.500 en € 50.000 bedrijfsmatig pensioen:

Zoals ook uit bovenstaande voorbeeldberekening blijkt, heeft de overgangsregeling voor hogere inkomens slechts drie jaar effect. Het nadeel, door het nieuwe belastingverdrag, kan echter in sommige situaties beperkt blijven door de hypotheekrenteaftrek.

De keuze om gebruik te maken van deze overgangsregeling dient te worden aangegeven in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitkeringsinstanties zullen in eerste instantie de volledige loonheffing inhouden. Bij de aangifte kan vervolgens de teveel ingehouden loonheffing worden teruggevraagd. Indien u gebruikt wilt maken van deze overgangsregeling, hoeft u derhalve op dit moment geen actie te ondernemen.

Voorlopige aanslag 2017

U vraagt zich nu misschien af of er dan voor het jaar 2017 een voorlopige teruggave kan worden aangevraagd, zodat u maandelijks al een deel van de te veel ingehouden loonheffing kunt terugvragen en niet hoeft te wachten op de aangifte. Echter, helaas is het op dit moment echter niet mogelijk om een voorlopige teruggave voor de te veel ingehouden loonheffing terug te vragen. Indien u andere aftrekposten heeft, denk hierbij aan hypotheekrenteaftrek, dan is het in bepaalde situaties wel mogelijk een voorlopige teruggave aan te vragen.

Wenst u meer informatie over de overgangsregeling of wilt u weten of er in uw situatie een voorlopige teruggave aangevraagd kan worden? Neem dan contact op met een van onze belastingadviseurs!

Meer weten?
Neem contact op.
Farial Karimi-Walibabak - KroeseWevers
mr. Farial Karimi-Walibabak RB
Belastingadviseur
Stuur een mail +31 (0)6 10 95 89 20
Hulp nodig? +31 (0)53 850 49 00
Contact opnemen
KroeseWevers maakt gebruik van cookies

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, maar ook voor marketingdoeleinden. Door op ‘zelf instellen’ te klikken, kunt u meer lezen over onze cookies en uw voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren’ te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.