30-11-2015

Eindejaarstips 2015

Siteimg album news 216 img 1330

Het belastingplan 2016 komt eraan. Hierin worden een aantal fiscale veranderingen doorgevoerd. Wij geven u 30 eindejaarstips om dit jaar nog fiscaal voordeel te kunnen behalen.

Inkomstenbelastingtips voor alle belastingplichtigen

Welke veranderingen komen eraan met betrekking tot de inkomstenbelasting? En wat kunt u voor 2016 nog doen om fiscaal voordeel omtrent de inkomstenbelasting te benutten? Hieronder tips voor alle belastingplichtigen.

Tip 1: Betaal uw lijfrentepremie 2015 uiterlijk 31 december a.s.

Premies voor een lijfrenteverzekering, of stortingen op een lijfrentespaarrekening en het lijfrentebeleggingsrecht zijn alleen aftrekbaar als u in een bepaald jaar niet voldoende pensioen heeft opgebouwd. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Wilt u nog in 2015 gebruik maken van de aftrek voor lijfrentepremie, dan dient u deze ook daadwerkelijk in 2015 te betalen of te verrekenen. Alleen ondernemers die hun stakingswinst of oudedagsreserve omzetten in een lijfrente, kunnen de omzetting voor 1 juli 2016 betaalde premies nog in 2015 aftrekken. Bij omzetting van een eenmanszaak naar een bv kan de oudedagsreserve en (een deel van) de stakingswinst worden omgezet in een lijfrente bij de eigen bv. De middelen blijven dan beschikbaar in de onderneming, zonder dat hoeft te worden afgerekend over (dit deel van) de stakingswinst.

Tip 2: Vraag alsnog te veel betaalde belasting over afgekochte lijfrente terug

Heeft u in 2010 of latere jaren uw lijfrente afgekocht? En heeft u daarbij afgerekend over de betaalde premies in plaats van over de lagere afkoopwaarde? Dan kunt u nu ook profiteren van afschaffing van de minimumwaarderingsregel. Ook als de aanslag al definitief vaststaat. Voor het jaar 2010 moet u wel enige vaart maken: dit kan nog tot het einde van 2015. Vraag onze adviseurs naar uw mogelijkheden.

Tip 3: Investeer nog dit jaar in een milieuvriendelijke auto

Gebruikt u de auto van de zaak ook privé? Dan krijgt u te maken met een bijtelling. Tenzij u kunt aantonen dat u met de auto op jaarbasis minder dan 500 km privé rijdt. Hoe milieuvriendelijker uw auto is, des te lager de bijtelling zal zijn. Dit hangt onder andere ook af van de CO2-uitstoot van de auto, de brandstof en het moment waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven voor de auto. Elk jaar worden de normen strenger, zo ook per 1 januari 2016. Overweegt u de aanschaf van een nieuwe zakelijke auto en wilt u in 2016 fiscaal voordelig rijden? Dan loont het de moeite om nog dit jaar uit te kijken naar een model dat voldoet aan de CO2-normen voor de bijtelling van 7, 14 en 20%. Voor volledig elektrische auto’s blijft de bijtelling 4%.

Per 1 januari 2016 wordt het 7%-tarief verhoogd tot 15% en worden het 14%-tarief en 20%-tarief samengevoegd en verhoogd tot 21%. Het standaardtarief blijft 25%. Vanaf 2017 volgt dan naar verwachting wederom een aanpassing waarbij het toptarief wordt verlaagd naar 22% en het 15%-tarief geleidelijk wordt verhoogd tot eveneens 22%. Vanaf 2019 bestaat dan alleen nog een fiscaal voordeel voor auto’s zonder CO2-uitstoot (de volledig elektrische auto’s). In de tabel vindt u per jaar de uitstootgrenzen en bijbehorende bijtellingspercentages.

Gr. CO2/km

2015

2016

2017

2018

2019

2020

0

4%

4%

4%

4%

4%*

4%*

1 t/m 50

7%

15%

17%

19%

22%

22%

51 t/m 82

14%

21%

22%

22%

22%

22%

83 t/m 106

20%

21%

22%

22%

22%

22%

107 t/m 110

20%

25%

22%

22%

22%

22%

> 110

25%

25%

22%

22%

22%

22%

*tot € 50.000, daarboven 22%

Let op: De bijtelling is gebaseerd op de normen die gelden op het moment dat het kenteken van de auto voor het eerst op naam wordt gesteld en geldt dan voor een periode van 60 maanden. Daarna vindt een nieuwe indeling plaats op basis van de dan geldende normen. Dit geldt ook voor de auto’s die nu in het 25%-tarief vallen. Als deze voor 1 januari 2017 voor het eerst op naam worden gesteld, geldt 60 maanden lang het tarief van 25% en volgt per 2017 geen verlaging naar 22%. Wees dus alert op het tijdstip waarop u een nieuwe auto bestelt en houd daarbij rekening met de levertijden van nieuwe auto’s.

Tips Eigen woning

Tip 4: hyptheekrenteaftrek

Gaat u een lening (hypotheek) aan voor een eigen woning, dan is de rente op deze lening alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Bovendien moeten de aflossingsverplichtingen bij het aangaan van de lening zijn overeengekomen in de leningsovereenkomst en de aflossingen moeten ook daadwerkelijk plaatsvinden. Dit geldt zowel voor nieuwe hypotheken van starters als voor uitbreidingen van hypotheken voor zowel verhuizingen naar een duurdere woning als verbouwing en onderhoud.

  • Tip: Voor op 31 december 2012 bestaande hypotheken geldt de aflossingseis niet. Daaronder vallen in bijzondere situaties ook leningen die in 2013 zijn afgesloten. Bij het oversluiten (inclusief verhuizen en soortgelijke situaties) van een bestaande hypotheek blijven de oude regels van toepassing, mits de nieuwe lening uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar van aflossing is aangegaan. Hebt u in 2014 uw woning verkocht, dan heeft u tot eind 2015 de tijd om een nieuwe eigen woning aan te schaffen en de bijbehorende financiering af te sluiten. Lukt dat niet, dan moet uw volgende eigenwoningschuld volledig aan de aflossingseis voldoen en kunt u geen gebruik meer maken van een nu eventueel aanwezige spaar-, beleggings-, of aflossingsvrije hypotheek. Leent u meer dan het oorspronkelijke bedrag, dan geldt voor het meerdere altijd de aflossingseis.

Heeft u een eigenwoningschuld bij uw eigen bv, familie of een andere persoon niet zijnde een financiële instelling en valt deze schuld onder het nieuwe regime (dus met aflossingseis), dan moet u de gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst met het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’. Alleen als u de gegevens tijdig heeft doorgegeven, mag u de hypotheekrente in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Wijzigingen op een dergelijke lening moet u binnen één maand na afloop van het jaar van wijziging doorgeven.

Let op: Heeft u in 2014 een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen bv en heeft u die nog niet opgegeven? U kunt dan nog uiterlijk op 31 december 2015 de melding doen als voor die tijd uw aangifte inkomstenbelasting 2014 nog niet is ingediend. Heeft u de looptijd, rente of aflossingswijze van een nieuwe hypotheek bij uw bv dit jaar gewijzigd? Geef dat dan door vóór 1 februari 2016.

Vanaf 2017 zal het meldingsformulier verdwijnen en zal de melding worden geïntegreerd in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt echter alleen voor leningen die worden aangegaan in 2016 of wijzigingen in dat jaar. Tot die tijd moet de melding apart worden gedaan.

Tip 5 Stem leveringsdatum eigen woning goed af

Heeft u uw eigen woning verkocht of een nieuwe eigen woning gekocht en staat de overdracht gepland rondom de jaarwisseling? Plan de overdracht bij de notaris dan fiscaal slim.

  • Tip: Het schuiven met de datum is niet altijd eenvoudig omdat uw koper (of bij koop uw verkoper) een ander belang kan hebben. Door de verschillende belangen te vergelijken, kan worden bepaald welke datum per saldo fiscaal het meest voordelig is. Dit voordeel kan dan over beide partijen worden verdeeld.

Verkoopt u uw eigen woning en realiseert u daarbij een overwaarde? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris voor 1 januari plaatsvindt. Als u de overwaarde dan niet direct gebruikt voor de aankoop van een nieuwe eigen woning, valt deze overwaarde namelijk per 1 januari 2016 in de heffing van box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 4 januari 2016.

Voor een koper die (deels) met eigen geld betaalt, geldt juist dat de overdracht na 1 januari nadelig kan zijn. Het eigen geld behoort dan namelijk per 1 januari 2016 nog tot uw vermogen in box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 30 december 2015.

Let op: Het jaar waarin de overdracht valt, kan ook gevolgen hebben voor de kwalificatie van de eigenwoningschuld als ‘bestaande eigenwoningschuld’, waarop de aflossingseis niet van toepassing is. Als in 2014 de vorige eigen woning is verkocht, dan moet voor behoud van deze kwalificatie uiterlijk eind 2015 een nieuwe eigenwoningschuld bestaan. Is dat niet het geval, dan moet verplicht worden afgelost en is het niet meer mogelijk om (met behoud van hypotheekrenteaftrek) gebruik te maken van een spaar-, beleggings-, of aflossingsvrije hypotheek. De leveringsdatum kan bovendien gevolgen hebben voor toepassing van de bijleenregeling en de verhuisregelingen.

Tip 6 Los een kleine hypotheek af

Heeft u nog maar een lage hypotheekschuld, dan kan het verstandig zijn om de hypotheek af te lossen. Dit is vaak het geval als de aftrekbare hypotheekrente minder is dan het eigenwoningforfait dat u moet betalen en u veel vermogen in box 3 heeft. Een en ander is echter ook afhankelijk van het rendement dat u behaalt op box-3-vermogen en de mogelijkheid om een bestaande hypotheek boetevrij af te lossen. Wilt u weten of aflossen voor u de beste optie is, neem dan contact op met uw adviseur.

Let op: Als u uw vermogen in box 3 gebruikt voor aflossing van uw eigenwoningschuld, houd dan wel rekening met de vermindering van uw box 3 vermogen. Dit is uiteraard gunstig voor de te betalen belasting in box 3, maar kan vervelend uitpakken als u op een later moment andere bestedingsdoelen zou hebben voor dit vermogen.

Tip 7 Betaal tot 6 maanden hypotheekrente vooruit

U kunt de hypotheekrente over het eerste halfjaar van 2016 vooruitbetalen in 2015 en in 2015 in aftrek brengen. Dat kan een belastingvoordeel opleveren als uw inkomen in 2015 hoger is dan in 2016. Als uw inkomen tegen het hoogste tarief wordt belast, profiteert u bovendien van een lagere beperking van de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekrenteaftrek in de hoogste tariefschijf wordt namelijk jaarlijks met een half procent beperkt. In 2015 is uw belastingvoordeel nog 51%, in 2016 neemt dat af tot 50,5%. Als u bovendien de vooruitbetaling vanuit uw box 3-vermogen betaalt, verlaagt u daarmee uw vermogen op de peildatum 1 januari 2015. Daarmee bespaart u nog eens 1,2% vermogensrendementsheffing.

Tips inkomen uit sparen en beleggen

Tip 8 Speel in op de peildatum in box 3

Voor de vaststelling van het box 3-vermogen geldt als peildatum 1 januari van elk kalenderjaar. Voor 2016 worden uw bezittingen en schulden op de peildatum 1 januari 2016 vastgesteld. Het verlagen van het box 3-vermogen levert u een belastingbesparing op. Bovendien geldt een vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget en is de eigen bijdrage voor de AWBZ extra afhankelijk van het vermogen: naast het rendement in box 3 dat onderdeel uitmaakt van het verzamelinkomen wordt nog eens 8% van het belaste box 3-vermogen bij het inkomen opgeteld voor de berekening van de eigen bijdrage. Let wel: voor de berekening van de eigen bijdrage voor de AWBZ telt in beginsel het inkomen van twee jaar eerder, het inkomen en vermogen in 2014 bepaalt de eigen bijdrage in 2016 en het inkomen en vermogen in 2016 bepaalt de eigen bijdrage in 2018. Per 1 januari 2016 vervalt de ouderentoeslag op het heffingsvrije vermogen. Daarnaast kan per 1 januari 2017 de te betalen kinderalimentatie niet meer als verplichting worden aangemerkt voor box 3 (mits het Belastingplan 2016 door de Eerste Kamer wordt aangenomen).

Het box 3-vermogen kan op diverse manieren worden beïnvloed. Bijvoorbeeld het uitstellen van een dividenduitkering tot in het nieuwe jaar, het nog dit jaar aflossen op de eigenwoningschuld (let wel op eventuele boetebepalingen), het kopen van een nieuwe auto, kunst of andere vermogensbestanddelen die niet tot het box 3-vermogen behoren, kunnen tot een belastingbesparing van 1,2% leiden. Ook het achterwege laten van een verzoek tot een voorlopige teruggaaf, het vooruitbetalen van de rente op de eigen woning (de rente is alleen in box 1 aftrekbaar voor zover niet meer rente wordt vooruitbetaald dan over de eerste zes maanden van 2016) of het vooruitbetalen van een premie arbeidsongeschiktheid- of zorgverzekering kan tot een belastingbesparing leiden, evenals het uitstellen van het aflossen van een rekening-courantschuld van de eigen BV aan uzelf tot na 31 december (deze vordering op de bv valt immers onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1) of het voor 31 december doen van een schenking.

  • Tip: Als het Belastingplan 2016 wordt aangenomen, zal per 1 januari 2017 de vermogensrendementsheffing worden aangepast. Het forfaitaire rendement wordt dan afhankelijk van de omvang van het vermogen. Bij een vermogen tot € 240.000 is de nieuwe regeling voordeliger, maar vermogens boven € 240.000 worden dan zwaarder belast dan nu. Speel hier op in door tijdig vermogen uit box 3 te halen, bijvoorbeeld via een fonds voor gemene rekening. Informeer bij onze adviseurs naar de mogelijkheden.

Heeft u box 3-schulden? Overweeg dan deze schulden indien mogelijk voor het einde van dit jaar volledig af te lossen. Daarmee voorkomt u dat u rekening moet houden met de drempel voor schuldenaftrek van € 3.000 (€ 6.000 voor fiscale partners, bedragen per 2015).

Let op: Om misbruik te voorkomen bestaat er een regeling die vermogen óók aan box 3 toerekent als dat vermogen tijdelijk, rond de peildatum, uit box 3 wordt gehaald, bijvoorbeeld door het voor minder dan zes maanden aan de eigen bv uit te lenen. Wilt u toch uw vermogen buiten box 3 houden? Neem dan contact op met uw adviseur.

  • Tip: Bent u voornemens om uw eigen woning te verkopen of heeft u de woning al verkocht en heeft u de mogelijkheid om de levering uit te stellen tot na 1 januari 2015? De gerealiseerde meerwaarde (netto verkoopsom na aflossing van de op de woning drukkende lasten) maakt dan geen deel uit van uw box 3-vermogen en valt dan niet onder de vermogensrendementsheffing. U bespaart dan netto 1,2% van de ontvangen koopsom. Bij een gerealiseerde meerwaarde van € 200.000 bespaart u toch al snel € 2.400.

Tip 9 Beleggingen? ‘Groen’ geeft fiscaal voordeel

Hebt u beleggingen, dan moet u de waarde van deze beleggingen ook opgeven in box 3. Belegt u in groene projecten, dan geniet u extra fiscaal voordeel. U heeft voor groene beleggingen een extra vrijstelling in box 3 van maximaal € 56.928 (€ 113.856 voor fiscale partners gezamenlijk, deze bedragen gelden voor 2015). Bovendien heeft u recht op een heffingskorting van 0,7% (2016) van het vrijgestelde bedrag in box 3. Wilt u gaan beleggen in een groen fonds, check dan ook of dit fonds wel door de Belastingdienst als een dergelijk fonds is aangewezen, want anders profiteert u niet van de voordelen.

Let op: Heeft u recht op zorg- of huurtoeslag of kindgebonden budget, hou er dan rekening mee dat de vrijstelling voor groene beleggingen in de inkomstenbelasting niet telt voor de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus wel mee als vermogen voor de vermogenstoets.

Tips persoonsgebonden aftrek en schenken

Tip 10 Plan uitgaven voor ziektekosten en andere persoonsgebonden aftrekpost

Ziektekosten en andere uitgaven voor specifieke zorgkosten kunt u onder bepaalde voorwaarden in aftrek brengen, net als uitgaven voor onder meer scholing, levensonderhoud en giften. Bijna altijd geldt een drempel of maximum. Pas als uw uitgaven meer dan het drempelbedrag bedragen, hebt u recht op de aftrekpost. Bij overschrijding van het maximum gaat ook een deel van de aftrekpost verloren. Zorgvuldige planning van de uitgaven kan u een belastingvoordeel opleveren.

  • Tip: Door, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden, de betaling naar voren te halen of juist uit te stellen, kan de aftrek worden geoptimaliseerd. De kosten kunnen onder omstandigheden worden gebundeld in één jaar, waardoor mogelijk een groter deel van de uitgaven boven de drempel komt en de aftrek hoger uitvalt.

Bijvoorbeeld wanneer u schenkt aan een algemeen nut beogende instelling, kunt u deze giften aftrekken als persoonsgebonden aftrek. Daarbij geldt echter wel een drempel van 1% van het (gezamenlijke) verzamelinkomen, met een minimum van € 60. Wanneer u jaarlijks wilt schenken, kunt u overwegen om de giften van meerdere jaren te bundelen en ineens te betalen. U hebt dan maar één keer te maken met de drempel. Houdt wel rekening met het maximum aan giftenaftrek, dat bedraagt 10% van het (gezamenlijke) verzamelinkomen. Als alternatief kunt u ook een periodieke schenking voor ten minste 5 jaar vastleggen. Dan geldt geen drempel voor aftrek.

Tip 11 Maak gebruik van de jaarlijkse en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling

Maak handig gebruik van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.277, aan kleinkinderen € 2.111. Is uw zoon of dochter tussen de 18 en 40 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 25.322. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar fiscale partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.

Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan nog verhoogd worden tot € 52.752 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen. Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.

  • Tip: Vanaf 2017 wordt de maximale vrijstelling voor eigen woningen naar verwachting verhoogd tot € 100.000. De ouder-kindrelatie wordt daarbij losgelaten, wel blijft de leeftijdsbeperking (18 tot 40 jaar) van toepassing. Bij nota van wijziging is aan de regeling nog toegevoegd dat vanaf 2017 de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning over drie (opeenvolgende) jaren mag worden gespreid.

    Naar verwachting zal een overgangsregeling gelden in geval in 2015 of 2016 gebruik is gemaakt van de eenmalige verhoging. Het verschil tussen de nieuwe vrijstelling van € 100.000 en de huidige vrijstelling van € 52.752 mag dan vanaf 2017 alsnog met gebruikmaking van de vrijstelling worden geschonken. Er kunnen zich nog wijzigingen voordoen in de exacte voorwaarden.

Let op: Om gebruik te maken van de verhoogde vrijstellingen, moet verplicht een aangifte schenkbelasting worden gedaan. Verloopt de schenking via de notaris, dan wordt de aangifte via de notariële akte gedaan, bij onderhandse schenkingen in 2015 moet uiterlijk in februari 2016 de aangifte worden ingediend.

Tip 12 Vraag een zakelijke rente voor een lening aan uw kind

Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (30% van 4%), het werkelijk ontvangen rentebedrag is voor de belastingheffing in box 3 niet van belang. Voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box-1-inkomen. Een hoger rentepercentage leidt in deze situatie bij de ouder niet tot een hogere belastingheffing, maar bij het kind wel tot een grotere aftrekpost tegen het progressieve tarief. De ouder kan de rente door middel van schenkingen eventueel weer aan het kind terugschenken. Zorg er wel voor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek.

Verstrekt u een lening aan uw kind voor een consumptieve aankoop, dan wordt de schuld bij uw kind in box 3 in aanmerking genomen, waarbij een drempel geldt van € 3.000 (€ 6.000 voor fiscale partners). De hoogte van de rente doet dan voor de inkomstenbelasting niet meer ter zake. Wel geldt dat het verstrekken van een renteloze of laagrentende direct opeisbare lening aan uw kind(eren) sinds 1 januari 2010 jaarlijks wordt aangemerkt als een schenking van de (niet bedongen) rente. Bij dergelijke leningen tussen natuurlijke personen wordt een schenking van het vruchtgebruik van de uitgeleende geldsom aangenomen. U berekent dit vruchtgebruik van dag tot dag en u wordt geacht het totale bedrag te hebben geschonken op de laatste dag van het betreffende kalenderjaar dan wel – als dat eerder is – op de overlijdensdag van uw kind. Uw kind moet dus jaarlijks schenkbelasting betalen over het verschil tussen 6% en de bedongen rente.

Voorbeeld: Op 1 januari 2015 leent u aan uw kind een bedrag van € 150.000 uit tegen een rente van 3%. De lening is direct opeisbaar. Het fictieve rentebedrag bedraagt € 9.000 (6% x € 150.000), terwijl het overeengekomen rentebedrag € 4.500 (3% x € 150.000) bedraagt. Vóór 1 maart 2016 moet uw kind aangifte schenkbelasting doen over een schenking van € 4.500 (€ 9.000 - € 4.500) in 2015, ervan uitgaande dat de jaarlijkse vrijstelling van € 5.277 (2015) reeds is benut.

Let op: Er is geen overgangsrecht voor direct opeisbare leningen die al vóór 1 januari 2010 zijn aangegaan.

  • Tip: Wilt u vanaf 2016 een jaarlijkse schenking van de (niet bedongen) rente voorkomen, dan dient u voor eind 2015 de rente op 6% te stellen dan wel de lening af te lossen. In het laatste geval kan een nieuwe lening met een vaste looptijd worden aangegaan, waarbij wel een zakelijke rente moet worden overeengekomen. Bij een lening met een vaste looptijd kan het zakelijke percentage ook lager zijn dan 6%.

Tips voor ondernemingen en bv's

Tip 13 Optimaliseer uw resultaat

Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijdt u net de belastingschijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 20%. Of komt u in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief? Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld binnen de fiscale mogelijkheden kosten naar voren te halen.

Tip 14 Voorkom verliesverdamping

Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. Een verlies kunt u in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren. Heeft u in 2006 een verlies geleden en is dit verlies nog niet volledig verrekend, dan is verrekening alleen nog mogelijk met de winst die u in 2015 behaalt. Laat dit verlies niet ongemerkt verdampen, maar haal indien mogelijk alsnog winst naar voren of stel kosten uit, bijvoorbeeld door deze kosten waar mogelijk op de balans te activeren.

Wilt u bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel verkopen, stel dit dan niet uit. Behaalt u met de verkoop een belaste (boek)winst, dan kunt u hiermee nog openstaande verliezen verrekenen. Wellicht is het ook mogelijk om stille reserves te realiseren bijvoorbeeld door verkoop aan een gelieerde (rechts)persoon, winstgevende activiteiten in te brengen of fiscale voorzieningen af te bouwen.

Let op: Voor de aangiften 2009 tot en met 2011 gold in de vennootschapsbelasting een tijdelijke verruiming van de carry-backtermijn van één jaar naar drie jaar. Heeft u hier gebruik van gemaakt, dan is de voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) beperkt van negen tot zes jaar. Dat betekent dat verliezen uit 2009 mogelijk ook eind 2015 verdampen.

Tip 15 Vraag tijdig innovatiesubsidies aan

Ook in 2016 kunt u genieten van de voordelen van de R&D-faciliteiten, te weten de WBSO voor loonkosten, de Research & Development Aftrek (RDA) voor andere kosten en de innovatiebox in de vennootschapsbelasting. De WBSO en de RDA worden per 1 januari 2016 naar verwachting samengevoegd en aangepast. Daarmee wordt ook de RDA via een korting op de afdracht loonbelasting geeffectueerd in plaats van via een aftrek in de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Het is dan wel noodzakelijk om inhoudingsplichtige te zijn (lees: u moet daarvoor werknemers in dienst hebben). Voor de WBSO (inclusief RDA) voor rechtspersonen dient ten minste een volle kalendermaand voor aanvang van de activiteiten een aanvraag te worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Bent u van plan te investeren in onderzoek en ontwikkeling, neem dan in een vroeg stadium contact op met uw adviseur. Publieke kennisinstellingen worden per 1 januari 2016 uitgesloten van de WBSO. Verder wordt een forfait in de WBSO ingevoerd.

Let op: Heeft u in de afgelopen jaren een RDA-beschikking gehad voor een 20%-deel van S&O-uitgaven van € 1 miljoen of meer, dan geldt een overgangsregeling. Deze resterende 20%-delen mag u in de komende kalenderjaren nog opvoeren onder de nieuwe samengevoegde regeling.

Voor IB-ondernemers bestaat daarnaast onder voorwaarden recht op toepassing van de S&O-aftrek. U moet dan minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteden én op jaarbasis meer dan 500 uur aan S&O-werk, waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven. Voor 2015 bedraagt de S&O-aftrek € 12.421. Bent u een startende ondernemer, dan is € 18.634 aftrekbaar. De bedragen voor 2016 moeten nog worden vastgesteld. De S&O-verklaring moet voor aanvang van de activiteiten worden aangevraagd.

Tip 16 Maak optimaal gebruik van de investeringsaftrek

Heeft u in 2015 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen? Kijk dan of u in aanmerking komt voor investeringsaftrek. Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) moet u wel investeringen hebben gedaan tussen de € 2.300 en € 309.693. Komt u niet aan de drempel van € 2.300? Dan kan het misschien aantrekkelijk zijn om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Hoe hoger echter uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen, des te lager het bedrag van de KIA. Het kan voor u dan ook gunstiger zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. U kunt zodoende per kalenderjaar profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Ook kunt u door spreiding voorkomen dat de investeringsaftrek geheel verloren gaat door overschrijding van het maximuminvesteringsbedrag van € 309.693 in 2015. In 2015 geldt de maximale KIA van € 15.609 bij een investeringsbedrag tussen € 55.745 en € 103.231, daarboven wordt de KIA afgebouwd. Dreigt u in 2015 boven de € 55.745 uit te komen of het maximum van € 309.693 te overschrijden en verwacht u in 2016 een lager bedrag te investeren, dan is het wellicht aantrekkelijk om een deel van uw investeringen uit te stellen naar 2016.

Naast de KIA komt u mogelijk ook in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) als u investeert in daarvoor kwalificerende bedrijfsmiddelen. Door uw investeringen goed te plannen, kunt u optimaal profiteren van de aftrek.

Let op: Voor de EIA, MIA en Vamil geldt een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel van € 2.500. Dat wijkt af van de voorwaarden voor de KIA zoals hierboven vermeld. Welke bedrijfsmiddelen in 2016 kwalificeren voor EIA, MIA en Vamil is afhankelijk van de nog te publiceren Energielijst en Milieulijst 2016. Daarbij is de datum waarop de investeringsverplichting is aangegaan doorslaggevend!

Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Onder meer personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer, effecten, goodwill, gronden, woonhuizen, dieren en vaartuigen voor representatie zijn uitgesloten van aftrek.

  • Tip: Wilt u de investeringsaftrek toepassen, dan moet u hierom verzoeken in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Is dit in het verleden ten onrechte niet gebeurd, dan kunt u binnen 5 jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar de inspecteur verzoeken alsnog de investeringsaftrek toe te passen. U hebt alleen recht op de EIA, MIA of Vamil als het desbetreffende bedrijfsmiddel, binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan, is aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Tip 17 Houd rekening met de desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer terug moet betalen. Houd hier dus rekening mee. Door de vijfjarengrens kan het handig zijn om een desinvestering nog even uit te stellen.

Tip 18 Benut de herinvesteringsreserve

Heeft u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing hierover uitstellen door de boekwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de reserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

  • Tip: Ook als u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan bijvoorbeeld uw bv en voor de inkomstenbelasting daarmee onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1 valt, mag u een herinvesteringsreserve vormen.

Heeft u in 2012 de boekwinst van een bedrijfsmiddel toegevoegd aan de herinvesteringsreserve maar nog geen nieuw bedrijfsmiddel gekocht, dan heeft u hiervoor nog tot 31 december 2015 de tijd. Zo niet, dan valt de boekwinst alsnog vrij en moet u hierover belasting betalen. In bijzondere omstandigheden buiten uw wil en onder strikte voorwaarden is het mogelijk om de herinvesteringstermijn te verlengen. Dit kan alleen als u hiervoor toestemming heeft van de Belastinginspecteur.


Let op:
Ga na of er vanaf het einde van het boekjaar waarin het oude bedrijfsmiddel is verkocht doorlopend een herinvesteringsvoornemen aanwezig is (geweest) en leg dit als ondernemer of directie(lid) van de bv jaarlijks vast in een schriftelijk besluit voor het einde van het boekjaar. Neem daarin tevens op welke aanwijsbare, concrete stappen zijn gezet om tot vervanging te komen.

Tip 19 Voorkom keten- en inlenersaansprakelijkheid

Het is per 1 januari 2016 niet meer mogelijk om gedeelten van facturen van onderaannemers en uitleners van personeel rechtstreeks te storten naar de Belastingdienst. De zogenoemde WKA-depotrekeningen worden per die datum opgeheven. Voor inleners en aannemers betekent dit dat een rechtstreekse storting hen niet meer vrijwaart van de inleners- en ketenaansprakelijkheid voor de loonheffingen en de btw. Vanaf 1 januari 2016 kan alleen een storting op een G-rekening van de uitlener of de onderaannemer nog vrijwaring opleveren.

  • Tip: Heeft u als onderaannemer of uitlener van personeel nog geen G-rekening? Open deze dan nog dit jaar. Dat gaat in twee stappen: U sluit eerst een G-rekeningovereenkomst af met de belastingdienst. Daarmee kunt u vervolgens bij uw bank een G-rekening openen. Betaalt u nu bedragen op het WKA-depot van een uitlener of opdrachtnemer? Wijs deze er dan op dat u vanaf 1 januari de betreffende bedragen alleen nog op een G-rekening zult betalen.

Tips voor dga's en bv's

Tip 20 Laat als dga uw verzekeringsplicht herbeoordelen

Per 1 januari 2016 wijzigen de regels voor de verzekeringsplicht van de dga. Mogelijk zorgen deze gewijzigde regels ervoor dat u vanaf 1 januari 2016 ineens wel verzekerd bent voor de werknemersverzekeringen, terwijl u dat voor die tijd niet was. Of andersom. Met name bij complexe structuren zouden zich wijzigingen kunnen voordoen.

Let op: De beoordeling of sprake is van verzekeringsplicht of niet is complex. Daarbij komt dat de uitwerking van de jurisprudentie nog niet in alle gevallen duidelijk is. Het kan dan bijvoorbeeld gebeuren dat u ondanks dat u jarenlang premies heeft betaald, achteraf toch geen uitkering krijgt. Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.

  • Tip: Laat nu al beoordelen hoe de nieuwe regels voor verzekeringsplicht voor u uitwerken vanaf 1 januari 2016. Op die manier kunt u tijdig anticiperen op mogelijke veranderingen.

Tip 21 Betaal eigen bijdrage voor privégebruik auto aan uw bv

Indien u een auto van de zaak hebt, is sprake van een bijtelling (deze wordt verwerkt in de loonadministratie). De extra verschuldigde loonbelasting die de bijtelling veroorzaakt kan worden voorkomen door tijdig met uw BV overeen te komen dat voor dit privégebruik een eigen bijdrage is verschuldigd. Deze eigen bijdrage is onder voorwaarden aftrekbaar van de bijtelling privégebruik en leidt derhalve tot een lagere belastingdruk in box 1. Door jaarlijks een (netto)dividend uit te keren ter grootte van de eigen bijdrage houdt u uw netto-inkomen op een fiscaal vriendelijke wijze op peil. Op deze wijze kan een tariefsvoordeel worden behaald. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een eigen bijdrage in combinatie met een hoger salaris, wat leidt tot een hogere pensioengrondslag.

Let op: De bv is ter zake van de eigen bijdrage btw verschuldigd. Deze bedraagt 21/121e deel van de eigen bijdrage. Bij privégebruik van de auto van de zaak zonder (of met een te lage) eigen bijdrage dient jaarlijks een btw-correctie voor privégebruik te worden toegepast.

Tip 22 Houd de rekening-courantstand met de eigen bv in de gaten

Een rekening-courantvordering op de eigen bv wordt belast in box 1 (maximaal 52%, maar daarbij is wel 14% van het resultaat vrijgesteld). Een rekening-courantschuld aan de eigen bv valt daarentegen in box 3 (1,2% over de stand van de rekening-courantschuld per 1/1). Wanneer de rekening-courantstand gedurende het jaar niet hoger is dan € 17.500, blijft deze buiten box 1 dan wel box 3. De bv mag dan ook geen rente in aanmerking nemen.

  • Tip: Wilt u in in 2016 gebruik maken van deze regeling, zorg dan dat de rekening-courantstand nog in 2015 daalt tot onder €17.500 en in 2016 niet boven dit bedrag uitkomt.

Tips voor werkgevers en werknemers'

Tip 23 Maak optimaal gebruik van de vrije ruimte in de WKR

Sinds 1 januari 2015 is de werkkostenregeling (WKR) verplicht voor alle werkgevers. Binnen de WKR zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen onbelast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de vrije ruimte). Daarboven betaalt u als eindheffing 80% belasting. Heeft u nog voldoende vrije ruimte over, benut deze dan voor het einde van het jaar optimaal voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers. U kunt een onbenutte vrije ruimte niet doorschuiven naar een ander jaar.

  • Tip: Komt u boven de vrije ruimte uit, dan kan de 80% eindheffingsregeling voordelig zijn waar het gaat om vergoedingen aan werknemers die in de hoogste tariefschijf vallen. Bij de verwerking als normaal loon, waarbij u de vergoeding verhoogt met de in te houden loonbelasting, bedraagt deze zogenaamde brutering 108,3% van de netto vergoeding.

Let op: De werkkostenregeling brengt ook bepaalde administratieve verplichtingen met zich mee. Niet voldoen aan deze verplichtingen kan leiden tot onverwachte belastinggevolgen. Om gebruik te kunnen maken van uw vrije ruimte, moet u de vergoedingen en verstrekkingen bijvoorbeeld vooraf aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in deze vrije ruimte. Doet u dat niet, dan worden deze vergoedingen en verstrekkingen individueel belast bij uw werknemers. Ook gerichte vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen moet u aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Doet u dit niet, dan loopt u de kans om in plaats van 0% belasting tot 108,30% te moeten betalen.

Om vergoedingen of verstrekking als eindheffingsbestanddeel te kunnen aanmerken voor de WKR, moet de vergoeding of verstrekking voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium. Het gebruikelijkheidscriterium legt een beperking op aan de vergoedingen en verstrekkingen die u onder kunt brengen in de vrije ruimte. De vergoeding of verstrekking mag niet meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed of verstrekt wordt. Het gebruikelijkheidscriterium wordt per 2016 aangescherpt, om te voorkomen dat ook hoge bonussen als eindheffingsbestanddeel worden aangemerkt om zodoende te kunnen profiteren de effectief lagere heffing op kostenvergoedingen.

  • Tip: Voor het gebruikelijkheidscriterium bestaat een doelmatigheidsmarge. Tot € 2.400 per werknemer per jaar wordt door de Belastingdienst in ieder geval als gebruikelijk beschouwd. Deze doelmatigheidsmarge geldt zowel in 2015 als in 2016.

Door slim te schuiven met uw vergoedingen en verstrekkingen kunt u optimaal gebruikmaken van uw vrije ruimte. Zo kunt u bijvoorbeeld bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket besluiten om een nieuwjaarsgeschenk te geven. Of de kerstborrel buiten de deur vervangen door een nieuwjaarsborrel buiten de deur. En het bedrijfsfeestje is misschien begin 2016 net zo gezellig als eind 2015. Omdat deze verstrekkingen dan in 2016 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2016. Dit sorteert uiteraard alleen effect als u in 2016 wel voldoende vrije ruimte heeft.

  • Tip: Wellicht kunt u bepaalde vergoedingen of verstrekkingen anders inrichten. Een bedrijfsfeest buiten de deur valt voor de daadwerkelijke kosten in de vrije ruimte. Is de feestlocatie uw eigen bedrijfspand, dan geldt echter een nihilwaardering en het scheelt u straks misschien wel 80% belastingheffing. Gaat het feest in eigen pand gepaard met een maaltijd, dan komt voor de maaltijd wel het forfaitaire bedrag van € 3,20 per werknemer ten laste van de vrije ruimte. Dit is echter altijd beduidend minder dan de werkelijke waarde van een maaltijd buiten de deur die anders ten laste van uw vrije ruimte was gekomen.

Binnen de WKR kunt u nog steeds vaste onkostenvergoedingen toekennen aan uw werknemers. Als u deze vaste onkostenvergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte kan dit zelfs onbelast, zolang het totaal aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen de vrije ruimte niet overschrijdt. Het is wel verstandig om de vaste onkostenvergoedingen goed tegen het licht te houden. Door het aanwijzen van de volledige vaste onkostenvergoeding in de vrije ruimte wordt wellicht een groot gedeelte van deze vrije ruimte al gebruikt. En dat is jammer, omdat wellicht een aantal gerichte vrijgestelde vergoedingen of vergoedingen voor intermediaire kosten mogelijk is binnen de vaste onkostenvergoedingen.

  • Tip: Als (een deel van) uw vaste onkostenvergoeding gericht vrijgesteld is of als intermediaire kosten niet tot het loon behoren, houdt u meer vrije ruimte over om onbelast vergoedingen en verstrekkingen te doen. Beoordeel daarom of binnen uw vaste onkostenvergoeding nog mogelijkheden zijn voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten.

Heeft u mogelijkheden, dan is het goed om te weten dat er nog een aantal nadere voorwaarden geldt. Een van de belangrijkste is dat u vooraf een onderzoek moet doen naar de werkelijk gemaakte kosten (een steekproef). Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.

Tip 24 Maak gebruik van de concernregeling in de WKR

De werkkostenregeling wordt in beginsel per inhoudingsplichtige toegepast. Dat geldt ook voor de vrije ruimte. Als in een concern meerdere inhoudingsplichtigen zijn, kan het voorkomen dat bij een of meer inhoudingsplichtigen vrije ruimte onbenut blijft, terwijl bij andere inhoudingsplichtigen 80% eindheffing betaald moet worden. Bij een dergelijke overschrijding van de vrije ruimte biedt de concernregeling mogelijk een oplossing voor bv’s, nv’s en stichtingen. Door de concernregeling ontstaat een collectieve vrije ruimte. Dit heeft als voordeel dat een tekort in vrije ruimte bij het ene concernonderdeel gecompenseerd kan worden door een overschot bij een ander concernonderdeel.

Let op: De concernregeling kan alleen worden toegepast als het gehele jaar aan de voorwaarden wordt voldaan. Controleer daarom voor 1 januari 2016 of u aan de voorwaarden voldoet.

Tip 25 Levensloopregeling in 2015 afkopen?

In 2015 kunt u nog fiscaal voordelig uw levenslooptegoed in één keer opnemen. Van dat tegoed is dan 80% belast. Deze kortingsregeling vervalt per 1 januari 2016. De levensloopregeling is afgeschaft, maar als het tegoed op uw levenslooprekening op 31 december 2011 € 3.000 of meer was, dan kunt u door blijven sparen in de regeling tot 1 januari 2022. Sinds 2012 bouwt u echter geen levensloopverlofkorting meer op.

Net als in 2013 is het in 2015 mogelijk om met korting het hele (resterende) bedrag ineens op te nemen. Koopt u in 2015 het hele bedrag af, dan is slechts 80% van de waarde op 31 december 2013 belast. De overige waarde (opgebouwd in 2014 en 2015) is wel volledig belast. Voorwaarde voor deze regeling is dat u het gehele bedrag ineens afkoopt. Na deze afkoop kunt u geen gebruik meer maken van de levensloopregeling.

Let op: Laat u goed adviseren over alle fiscale gevolgen voordat u tot afkoop overgaat. Afkoop kan leiden tot een progressienadeel en heeft bijvoorbeeld ook effect op de hoogte van uw box-3-vermogen. U kunt uw levenslooptegoed ook na 2015 afkopen; dan is de volledige opbrengst belast. Uiterlijk per 31 december 2021 valt uw levenslooptegoed belast vrij.

Tip 26 Voorkom bijtelling privégebruik auto van de zaak

Heeft u liever geen bijtelling voor de auto van de zaak? Dat kan, maar dan mag u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé rijden. U kunt dit aantonen met bijvoorbeeld een rittenregistratie. In de rittenregistratie moet u niet alleen een aantal basisgegevens vermelden, maar ook de gegevens per rit. Gebruik het model dat de Belastingdienst voorschrijft om ervan verzekerd te zijn dat u de juiste gegevens registreert. Wilt u in 2016 geen bijtelling, start dan op 1 januari 2016 met de rittenadministratie.

Let op: Voldoet uw rittenregistratie niet, dan krijgt u alsnog te maken met de bijtelling, tenzij u op een andere manier kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé heeft gereden. De Belastingdienst legt dan een naheffingsaanslag op. Daarnaast kan de Belastingdienst ook een boete opleggen van € 4.920.

Voor de bestelauto van de onderneming die u uitsluitend zakelijk gebruikt, kunt u bij de Belastingdienst een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen. U hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden. Dat kan echter alleen als er met de bestelauto ook echt 0 km privé wordt gereden. De verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kunt u ook namens uw werknemer indienen die met de bestelauto van de zaak niet privé rijdt.

  • Tip: In november ontvangen werknemers met een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ een brief van de Belastingdienst waarmee wijzigingen kunnen worden doorgeven. Informeer hiernaar bij uw werknemers en administreer eventueel ook het wijzigingsformulier. Zo bent u er in ieder geval op tijd van op de hoogte of u volgend jaar wel of geen rekening moet houden met een bijtelling.

Tips omzetbelasting


Tip 27 Maak gebruik van de KOR, ook voor zonnepanelen

Heeft u in 2015 zonnepanelen aangeschaft en bent u aangemeld als btw-ondernemer? Als uitgangspunt heeft u dan recht op aftrek van btw ten aanzien van de aanschaf van de zonnepanelen. Uiteraard moet u ook tijdig btw voldoen ten aanzien van de levering van de elektriciteit aan de energiemaatschappij. Hiervoor dient u de energiemaatschappij een factuur uit te reiken.

In de praktijk is het vaak onduidelijk hoeveel energie u in een bepaalde periode zelf heeft verbruikt en hoeveel u heeft geleverd aan de energiemaatschappij. Het sturen van juiste facturen naar de energiemaatschappij is derhalve niet eenvoudig.

  • Tip: Dien uw btw-aangiften tijdig in en voldoe btw-conform de forfaitaire tabellen van de Belastingdienst. Deze forfaitaire tabellen houden, aan de hand van het opwekvermogen van uw zonnepanelen, rekening met zowel het privéverbruik als met de leveranties aan de energiemaatschappij. Bijkomend voordeel is dat u geen facturen meer hoeft uit te reiken aan de energiemaatschappij.

Wilt u geen gebruik maken van de forfaitaire tabellen van de Belastingdienst? Dan zult u aan de hand van de daadwerkelijk geleverde elektriciteit een factuur moeten uitreiken aan de energiemaatschappij.

Als u wordt aangemerkt als natuurlijk persoon (eenmanszaak of VOF), kunt u in deze situatie eventueel gebruik maken van de kleine ondernemersregeling (KOR). Als het saldo van de te betalen btw in 2015 minder bedraagt dan € 1.883, dan komt u namelijk in aanmerking voor een (al dan niet volledige) vermindering van de te betalen btw. In dat geval kunt u ook verzoeken, indien gewenst, om ontheffing van administratieve verplichtingen. Doet u dat nog dit jaar, dan hoeft u vanaf 1 januari 2016 helemaal geen btw-aangiften meer in te dienen.

Tip 28 Laatste btw-aangifte: vergeet niet het privégebruik bedrijfsauto

Gebruikt u als ondernemer of een werknemer de auto van de zaak ook privé, dan dient een deel van de in aftrek gebrachte btw te worden gecorrigeerd. De (eventueel) verschuldigde btw geeft u aan in de laatste btw-aangifte van het jaar. Deze aangifte moet uiterlijk 31 januari 2016 zijn ingediend.

De regel is als volgt. Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan kunt u de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, onderhoud en brandstof gedurende het jaar volledig in aftrek brengen. Voorwaarde is hierbij wel dat u de auto gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Omdat u de auto ook privé gebruikt, moet u de btw die toerekenbaar is aan dit privégebruik in het laatste aangiftetijdvak corrigeren. De hoofdregel is dat deze correctie plaatsvindt aan de hand van werkelijk gebruik (kilometeradministratie). Hierbij worden voor de btw de woon-werkkilometers als privé aangemerkt.

In het kader van de administratieve lastenverlichting kunt u ook gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voordeel is dat in dit geval geen kilometeradministratie hoeft bij te houden. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van een correctie van 2,7% over de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en BPM.

  • Tip: Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

U hoeft, zoals beschreven, geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U kunt dan aansluiten bij het werkelijk gebruik op basis van een kilometeradministratie. Dit is regelmatig voordeliger bij auto’s met een hoge cataloguswaarde, dan wel in situaties waarbij weinig privékilometers worden gemaakt.

Denk naast de auto-correctie ook aan de andere gebruikelijke correcties, zoals:

  • correcties of afgetrokken voorbelasting ten aanzien van verstrekkingen aan het personeel, relatiegeschenken (BUA);
  • de correctie voor privégebruik van ondernemingsgoederen en diensten;
  • de herrekening van gedurende het jaar afgetrokken voorbelasting;
  • de herziening van afgetrokken btw-voorbelasting op roerende en onroerende investeringsgoederen;
  • de toepassing van de ‘kleine ondernemersregeling’ als het over het hele jaar af te dragen btw-bedrag kleiner is dan € 1.883.

Tip 29 Verbeter uw liqiditeitspositie met maand- of kwartaalaangifte

Zolang u maandelijks btw bent verschuldigd, kan een financieringsvoordeel worden gerealiseerd als u ervoor kiest per kwartaal de aangifte en voldoening van btw te doen. Indien het bedrag van de voorbelasting structureel groter is dan het af te dragen btw-bedrag, is het raadzaam om voor maandaangiften omzetbelasting te kiezen.

Tip 30 Check herziening van btw

Wanneer u in het verleden investeringsgoederen heeft gekocht waarbij de btw geheel of gedeeltelijk in aftrek is gebracht, dan kan het zijn dat deze btw-aftrek moet worden herzien. Herziening kan zich voordoen als het gebruik van de roerende of onroerende investeringsgoederen wijzigt.

Dit is bijvoorbeeld het geval als u een pand in 2015 bent gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties, terwijl u voorheen btw-belaste prestaties verrichtte. Andersom is ook mogelijk: u bent een pand gaan gebruiken voor belaste prestaties, terwijl u voorheen vrijgestelde prestaties verrichtte. In beide gevallen moet u de btw herzien. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van negen jaar na het jaar van ingebruikneming, voor roerende zaken geldt een termijn van vier jaar na het jaar van ingebruikneming. U verwerkt de herziening in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Als u onroerende zaken belast met btw verhuurt, informeer dan of uw huurder nog voldoet aan de eisen voor de aftrekgerechtigdheid. Alleen als uw huurder de btw voor 90% of meer kan aftrekken (in bepaalde situaties is een aftrekrecht van 70% voldoende), mag u met btw verhuren en kunt u de inkoop-btw (bijvoorbeeld op onderhoud) aftrekken. Uw huurder is verplicht om u binnen vier weken na afloop van het boekjaar te informeren dat hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op: Heeft u een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De koper moet over die periode binnen vier weken na afloop verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties. Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan heeft dat btw-gevolgen voor de verkoper en koper.

Hulp nodig? +31 (0)53 850 49 00
Contact opnemen
KroeseWevers maakt gebruik van cookies

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, maar ook voor marketingdoeleinden. Door op ‘zelf instellen’ te klikken, kunt u meer lezen over onze cookies en uw voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren’ te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.