21-12-2015

Eindejaars update december 2015 Personeel & Salaris

Siteimg album news 220 img 1340

Het jaar 2015 loopt ten einde. Een jaar waarin op het gebied van personeel & salaris het nodige aan wet- en regelgeving voorbij is gekomen. Per 2016 zouden er veel wetswijzigingen doorgevoerd worden, maar een aantal wetten worden toch doorgeschoven. Zoals de vervanging van de VAR, deze zou 1 januari 2016 in gaan maar is (weer) uitgesteld, nu tot 1 april 2016 met een wenperiode tot 1 januari 2017. De Wet Aanpak Schijnconstructies zou volledig in werking treden per 1 januari 2016. Maar op 30 november jl. heeft Minister Asscher bekend gemaakt dat de wet omtrent het verbod op inhoudingen is uitgesteld tot 1 juli 2016. Het is de minister in de afgelopen maanden gebleken dat het hier complexe materie betreft waarbij rekening gehouden dient te worden met een breed palet aan mogelijke consequenties. Kon dat bij het aangaan van de wet niet worden overzien?

Wij zetten hieronder een aantal tips op een rij voor de zaken die er nu wel toe doen voor werkgevers en werknemers en u een goede start in 2016 geven.

Mededeling of Beschikking WHK 2016

U heeft onlangs de Mededeling of Beschikking Werkhervattingskas 2016 ontvangen met de voor uw onderneming geldende percentages. Controleer deze goed! Sluit de vermelde loonsom sociale verzekeringen 2014 aan met de loonsom 2014 zoals deze in uw salarisadministratie staat vermeld.

Indien u een Beschikking heeft ontvangen betekent dit dat u een loonsom in 2014 heeft gehad van meer dan € 319 000. Dat betekent dat eventuele WGA- of ZW uitkeringen aan u worden toegerekend. Controleer daarom altijd de specificatie op deze toerekeningen. Indien er toerekeningen staan vermeld raden wij u altijd aan een specificatie hiervan op te vragen. Deze specificatie kunt u bij de Belastingdienst aanvragen.

Werkkostenregeling

Binnen de werkkostenregeling mag u maximaal 1,2% van uw totale fiscale loon, de vrije ruimte, onbelast besteden aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers.
Ga na of er nog vrije ruimte over is in 2015, zodat u als werkgever, maar ook uw werknemers mogelijk een financieel voordeel kunnen behalen. Overschrijding van de vrije ruimte leidt tot 80% eindheffing. Uiterlijk in de loonaangifte over het tijdvak januari 2016, of bij 4 weken verloning in tijdvak P01-2016, dient het meerdere te worden aangegeven.

Denkt u er wel aan dat de bedragen voor de werkkostenregeling vooraf uitdrukkelijk aangewezen moeten zijn. Dit kan bijvoorbeeld door in een personeelshandboek, bedrijfsreglement of een apart document de looncomponenten te benoemen.

Daarnaast is onderbouwing van onkostenvergoedingen noodzakelijk, bij geen of niet afdoende onderbouwing kan de Belastingdienst stellen dat dit tot het werknemersloon behoort en dus een correctie verplichting (en boete) opleggen. Dat wil zeggen: brutering van de vergoeding.

Met ingang van 1 januari 2016 wordt het gebruikelijkheidscriterium aangepast. Het aanwijzen van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang moet gebruikelijk zijn. Het moet dus gebruikelijk zijn dat werknemers vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen belastingvrij ontvangen en dat u de eindheffing voor uw rekening neemt.

Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)

Per 1 januari 2016 en 1 juli 2016 wordt de Wet Aanpak Schijnconstructies verder aangescherpt. Dit heeft de nodige gevolgen voor uw loonadministratie per 2016. Vanaf 1 januari 2016 dient minimaal het netto minimumloon van de werknemer giraal te worden voldaan op een rekening die (mede) op naam staat van de werknemer. Tevens moet uit de loonstrook duidelijk blijken hoe het brutosalaris is opgebouwd indien hier kostenvergoedingen in verwerkt zitten. Dit zodat steeds duidelijk is dat sprake is van betaling van tenminste het minimumloon.

Per 1 juli 2016 zijn alle inhoudingen en verrekeningen op het loon van de werknemer ‘nietig’, tenzij de werknemer de werkgever schriftelijk heeft gemachtigd om een inhouding te doen. Denk aan inhouding voor de personeelsvereniging of het inhouden van een (verkeers)boete.

Werken in Duitsland

Duitsland heeft met ingang 1 januari 2015 een wettelijk minimumloon ingevoerd vervat in de wet Mindestlohngesetz. De invoering hiervan gaat gepaard met extra administratieve lasten en procedures voor Nederlands werkgevers waarvan de werknemers in Duitsland werken.
Voor een aantal branches is een meldings- en een documentatieplicht voorgeschreven. Er staan hoge boetes op het niet naleven van deze verplichtingen. Met ingang van 1 augustus 2015 zijn een aantal versoepelingen in werking getreden. Daarnaast is de Europese commissie nog een onderzoek gestart en heeft Duitsland daar inmiddels op gereageerd. De inhoud hiervan is op het moment van het opstellen van deze nieuwsbrief nog niet openbaar gemaakt.

Uitzendkrachten en Payroll in de Duitse bouw

In het Arbeitnehmer-Entsendegesetz is geregeld dat het te werk stellen van uitzendkrachten of payrolling in de Duitse bouw verboden is!

AOW leeftijd

De AOW-leeftijd gaat per 1 januari 2016 naar 65 jaar en 6 maanden.

Wet doorwerken na AOW

Indien u een werknemer in dienst neemt die de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt, dan kent de wet u als werkgever vanaf 1 januari 2016 de nodige voordelen toe. Naast het feit dat zij niet meer verzekerd zijn voor de premies werknemersverzekeringen en geen pensioenpremie meer verschuldigd zijn is het voordeel:

  • Dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte slechts 13 weken is;
  • Dat re-integratie bij ziekte alleen in het 1e spoor plaats dient de vinden;
  • Dat opzegtermijn beperkt is tot een maand
  • Dat u 6 contracten voor bepaalde tijd mag aangaan binnen 48 maanden;
  • Dat bij uitdiensttreding geen transitievergoeding verschuldigd is.

De AOW gerechtigde moet wel het wettelijk minimum- of CAO loon verdienen.

Privégebruik auto van de zaak

Per 2016 veranderen de co2 uitstootgrenzen en de bijbehorende bijtellingspercentages. Het maakt geen verschil meer op welke brandstof de auto rijdt. In onderstaande tabel hebben wij de bijtellingspercentages opgenomen voor auto’s die voor het eerst in 2016 op naam worden gezet.

Hoogte bijtelling Co2 uitstoot in gram

4% bijtelling 0
15% bijtelling > 0 - < 50
21% bijtelling > 50 - < 106
25% bijtelling > 106

Rentevoordeel personeelsleningen eigen woning

Het rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning vervalt als nihil waardering per 1 januari 2016. Het rentevoordeel mag niet als eindheffingsloon binnen de WKR worden aangewezen, maar moet verplicht tot het loon van de werknemer gerekend worden.

Wijzigingen premiekortingen

Per 1 januari 2016 verandert er het nodige in de premiekortingen. De premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer gaat gelden voor de hele doelgroep banenafspraak.
De premiekorting bedraagt maximaal € 2 000 per jaar. Dit geldt voor:

  • Werknemers die de gemeente moet ondersteunen bij het vinden van werk en niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen;
  • Werknemers met een Wiw-baan en ID-baan;
  • Werknemers met een Wet Wajong uitkering;
  • Werknemers met een WSW-indicatie.


Dit betekent voor het in dienst nemen van met name werknemers met een WSW-indicatie of een Wajong uitkering een forse verlaging. In 2015 bedraagt de premiekorting voor een werknemer met WSW-indicatie nog € 7 000 per jaar en voor een werknemer met een WAJONG uitkering € 3 500.
Voor deze doelgroep bedraagt de premiekorting met ingang van 2016 dus nog maar € 2 000.

Naast de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer mag tegelijkertijd ook een eventuele loonkostensubsidie van de gemeente lopen.

De ministerraad wil de premiekortingen voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking omvormen tot zogenoemde loonkostenvoordelen (LKV’s). Dit nieuwe systeem moet gefaseerd per 1 januari 2017 en 2018 van kracht worden.

Vervanging VAR

De VAR verklaring voor freelancers en zzp’ers blijft in ieder geval tot 1 april 2016 geldig. Staatssecretaris Wiebes streeft er dan naar de VAR te vervangen. Daarmee vervalt dan ook de vrijwarende werking van de VAR.

In de nieuwe opzet wordt gewerkt met individuele of met zogenoemde model overeenkomsten. Hiermee beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van een arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Er geldt nog wel een implementatietermijn tot 1 januari 2017 waardoor opdrachtgevers en opdrachtnemers de tijd hebben hun werkwijze aan te passen aan een werkwijze die voorziet in een voorbeeld- of modelovereenkomst. Op de website van de Belastingdienst staan reeds een aantal model- en sectorovereenkomsten. Om gevrijwaard te zijn van loonheffingen kunt u deze goedgekeurde overeenkomsten gebruiken. Indien er geen modelovereenkomst voor de werkzaamheden beschikbaar is dan kunt u uw eigen overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen.

Nieuwe regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder per 1 januari 2016

Per 1 januari 2016 treedt de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder in. De verzekeringsplicht kan bijvoorbeeld wijzigen in het geval van nevengeschiktheid van u en uw medebestuurders.

Wel of geen DGA

De definitieve tekst van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 (hierna: de Regeling) is inmiddels gepubliceerd. De Regeling bepaalt welke statutaire bestuurders van vennootschappen voor de werknemersverzekeringen als directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) worden aangemerkt. Een dga is niet premieplichtig voor de werknemersverzekeringen, maar heeft ook geen recht op een eventuele uitkering.

Beslissend criterium blijft of er sprake is van een gezagsverhouding. In de nieuwe Regeling is duidelijker als leidend beginsel vastgelegd dat er geen reële gezagsverhouding bestaat als de bestuurder zelf kan besluiten over zijn ontslag, en dus niet tegen zijn wil ontslagen kan worden. Als de bestuurder niet in een ondergeschikte positie verkeert, bestaat derhalve geen verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Nieuwe tekst Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder

In de nieuwe Regeling worden de volgende criteria gehanteerd om te bepalen wie als dga wordt aangemerkt:

  • De bestuurder die, al dan niet samen met zijn echtgenoot, een zodanig aantal aandelen houdt, dat hij volgens de statuten van de vennootschap over zijn ontslag kan besluiten;
  • De bestuurder die, samen met zijn bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot, aandelen houdt die minimaal twee derde van de stemmen vertegenwoordigen, zodat hij over zijn ontslag kan besluiten;
  • De bestuurders die gezamenlijk alle aandelen bezitten en als aandeelhouders een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen (nevengeschiktheid). Verder is de nieuwe Regeling ook van toepassing op de indirect bestuurder, dat wil zeggen de bestuurder die zeggenschap in de vennootschap heeft door tussenkomst van één of meer rechtspersonen waarvan hij aandeelhouder is.

Verschillen ten opzichten van huidige tekst

  • De inwerkingtreding van de Wet Flex BV per 1 oktober 2012 maakte het mogelijk om de benoeming en het ontslag van bestuurders op te dragen aan een ander orgaan dan de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarom verwijst de Regeling nu naar de statutaire bepalingen omtrent ontslag van bestuurders, in plaats van naar het stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders.
  • De nieuwe Regeling maakt duidelijk dat voor het antwoord op de vraag of ten minste twee derde van het stemrecht op de aandelen binnen de familiekring wordt gehouden (bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad), het aandelenbezit van de bestuurder zelf ook in aanmerking moet wordt genomen. Volgens de Hoge Raad was dit voorheen niet het geval.
  • Ook nieuw is de voorwaarde dat bestuurders bij nevengeschiktheid gezamenlijk alle aandelen in de vennootschap moeten bezitten.

Risico's inlenen personeel of uitbesteden werk

Met de Wet Aanpak Schijnconstructies zijn ook de regels voor de ketenaansprakelijkheid gewijzigd. Wie personeel inleent of werk uitbesteedt kan geconfronteerd worden met aansprakelijkstellingen indien de uitlener verplichtingen jegens de Belastingdienst niet nakomt. Deze kan u als werkgever dan aansprakelijk stellen voor de niet-betaalde loonbelasting, omzetbelasting en premies. Sinds 1 juli 2015 zijn deze risico's alleen maar groter geworden.

Als iemand in een keten bij inlening of uitbesteding van werk zijn werknemers niet het juiste (cao-) loon betaalt, kunnen de opdrachtgevers in de keten ook nog aansprakelijk gesteld worden voor het niet-betaalde loon. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij het schoonmaakbedrijf dat uw kantoor schoonmaakt, maar ook bij het schildersbedrijf dat uw pand opknapt.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met één van onze specialisten van Personeel & Salaris.



Meer weten?
Neem contact op.
Rik Dekkers - KroeseWevers
Rik Dekkers
Personeelsadviseur
Stuur een mail +31 (0)6 10 03 17 98
Hulp nodig? +31 (0)53 850 49 00
Contact opnemen
KroeseWevers maakt gebruik van cookies

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, maar ook voor marketingdoeleinden. Door op ‘zelf instellen’ te klikken, kunt u meer lezen over onze cookies en uw voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren’ te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.