11-09-2020

Een nieuw pensioenstelsel: dit zijn de belangrijkste veranderingen

Een nieuw pensioenstelsel dit zijn de belangrijkste veranderingen

Het kabinet heeft een pensioenakkoord gesloten waarin nieuwe afspraken zijn gemaakt over pensioenen. De verwachting is dat de nieuwe regels voor pensioenen ingaan vanaf 1 januari 2022. In dit artikel belichten we wat er op hoofdlijnen gaat veranderen in het nieuwe pensioenstelsel en wat dat op korte en langere termijn betekent voor werknemers en werkgevers.

Persoonlijke pensioenverwachtingen

Met de veranderingen in het pensioencontract ligt het accent in het nieuwe pensioencontract minder op zekerheid. Er is dan sprake van een pensioenverwachting in plaats van een pensioenuitkering. Die pensioenverwachting wordt vanaf dat moment geadministreerd per deelnemer en is gebaseerd op het “persoonlijk pensioenvermogen”. Dat betekent in de praktijk dat de hoogte van de beschikbare premie vaststaat, maar de hoogte van de exacte pensioenuitkering niet. Zekerheid is er in principe pas op de pensioendatum als duidelijk is wat het behaalde rendement is op alle ingelegde premies en als bekend is wat de rentestand is (op de pensioendatum). De bedoeling daarvan is onder andere dat de pensioenen meer gaan meebewegen met de economie, waarbij het risico op schommelingen lager wordt naarmate werknemers dichterbij hun pensioenleeftijd zitten.

Van opgebouwd pensioen naar beschikbare pensioenpremie

Het wordt in het nieuwe pensioenstelsel duidelijker wat er per werknemer aan premie is ingelegd en welk vermogen wordt opgebouwd. Het pensioenstelsel wordt daarmee transparanter en persoonlijker. Dat komt omdat het nieuwe pensioenstelsel uitgaat van ‘beschikbare pensioenpremie’. Bij beschikbare pensioenpremie is het uitgangspunt niet hoeveel pensioen er is opgebouwd, maar hoeveel pensioenpremie er voor de werknemer is ingelegd. Met die inleg wordt een pensioenkapitaal opgebouwd. Bereikt de werknemer de pensioendatum, dan kan met het pensioenkapitaal een pensioenuitkering worden aangekocht. Er wordt een vast percentage van de pensioengrondslag gehanteerd voor de beschikbare premie. Dit percentage is voor alle leeftijden gelijk. De hoogte van de maximale premie is nog niet definitief vastgesteld. Naar verwachting bedraagt deze tussen de 30 en 33 % van de pensioengrondslag.

Eén type partnerpensioen

De verschillende soorten nabestaandenpensioen die nu nog bestaan veranderen straks in één type partnerpensioen. Hier worden de regels eenvoudiger gemaakt en wordt de financiële situatie van nabestaanden verbeterd. Het nieuwe partnerpensioen wordt verzekerd met een risicoverzekering. Het maximale partnerpensioen stijgt daarmee van 49% van de pensioengrondslag naar 50% van het salaris. Het partnerpensioen is straks dus niet meer afhankelijk van het aantal jaren dat iemand in dienst was bij de werkgever. Er mag maximaal 50% van het salaris worden verzekerd. Voor werknemers ontstaat hierdoor duidelijkheid welk bedrag de partner ontvangt bij overlijden.

Eerder stoppen met werken: de vertrekregeling

In het nieuwe pensioenakkoord is een tijdelijke vertrekregeling afgesproken die het mogelijk maakt voor werknemers om drie jaar eerder te stoppen met werken. De nieuwe vertrekregeling maakt een einde aan de RVU: Regeling Vervroegde Uittreding, waarbij financiële bijdragen van de werkgever om eerder te stoppen met werken werden belast met een RVU-boete van 52%. De nieuwe vertrekregeling die is vrijgesteld van een RVU-heffing geldt voor een periode van vijf jaar. Dit betekent dat werkgevers in de jaren 2021 tot en met 2025 tot een in de wet bepaald bedrag een van RVU-heffing vrijgestelde uitkering, bijdrage of premie kunnen toekennen aan werknemers. Vanaf 1 januari 2021 tot en met 2025 hoeven werkgevers dus niet te betalen over een RVU tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW (€ 21.200 per jaar). De vertrekregeling moet plaatsvinden in de laatste drie jaar voor de AOW-leeftijd.

Direct 10% van pensioenwaarde op te nemen

Iedere pensioendeelnemer in Nederland krijgt vanaf 1 januari 2022 het wettelijk recht om eenmalig een bedrag op te nemen van maximaal 10% van het ouderdomspensioen. De resterende levenslange pensioenuitkering is daarna wel lager, maar de keuze wordt geboden omdat het voor veel mensen aantrekkelijk kan zijn om eenmalig een bedrag aan het pensioenvermogen te onttrekken om te reizen, (hypotheek)schulden af te lossen, te verbouwen of zorgvoorzieningen te treffen. Alle pensioenuitvoerders moeten deze mogelijkheid aanbieden.

Overgang naar nieuw pensioenstelsel

Het pensioenakkoord is er, maar de nieuwe Pensioenwet nog niet. In 2020 en 2021 krijgt de nieuwe wetgeving vorm. De overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel moet tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2026 tot stand komen.

Vragen over pensioen en inkomen?

Heeft u vragen over de gevolgen voor de huidige pensioenregelingen in uw organisatie? U kunt als werkgever met al uw vragen over pensioen en inkomen bij onze adviseurs terecht. Zij helpen u graag.

Een nieuw pensioenstelsel: dit zijn de belangrijkste veranderingen
Meer weten?
Neem contact op.
Claudia Pont - KroeseWevers
Claudia Grimberg-Pont
Adviseur pensioen en inkomen
Stuur een mail +31 (0)5 33 03 43 85
Hulp nodig? +31 (0)53 850 49 00
Contact opnemen
KroeseWevers maakt gebruik van cookies

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, maar ook voor marketingdoeleinden. Door op ‘zelf instellen’ te klikken, kunt u meer lezen over onze cookies en uw voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren’ te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.